Mensen met dementie komen ook voor de keuze om langer thuis te blijven wonen of toch naar een verpleeghuis of andere vorm van wonen te gaan. Het zorgbeleid wordt vooral op landelijk niveau vastgesteld. De uitwerking vindt op lokaal – dus in de gemeenten – plaats.

Mensen met dementie GroningenMinder mogelijkheden om thuis te kunnen blijven wonen, kan tot het risico leiden dat een verhuizing naar een verpleeghuis noodzakelijk is. Ook is het aan de gemeenten om hun inwoners – als het thuis niet meer gaat of kan – een alternatief te bieden in een andere vorm van wonen zodat zij zo dicht mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. Immers, daar wonen ook veelal hun buren, hun kennissen en mantelzorgers.

Intensivering aanpak dementie – nieuwe nationale strategie in 2020 – 2019 december
Het aantal mensen met dementie groeit snel, met ingrijpende gevolgen voor patiënten zelf, hun omgeving en de samenleving. In het voorjaar van 2020 zal hij de uitgewerkte strategie aan de Tweede Kamer aanbieden.
In vervolg op het Deltaplan Dementie start minister De Jonge daarom in 2021 met de nationale dementiestrategie, een overkoepelend dementieprogramma dat aansluit bij al lopende programma’s op het gebied van de ouderenzorg.

In de periode van 2021 tot 2030 zet deze nationale dementiestrategie in op:
Meer onderzoek naar mogelijkheden voor preventie, behandeling en genezing van dementie.
Meer verbinding in de samenleving, zodat mensen met dementie en hun naasten kunnen blijven meedoen.
Verbeteren van ondersteuning en zorg voor mensen met dementie en hun naasten.
Een sterke rol van Nederland in de wereldwijde aanpak van dementie.

Lees meer in Intensivering aanpak dementie – nieuwe nationale strategie in 2020

Met hulptroepen vanuit de WMO kunnen mensen met dementie langer thuis wonen – 2019 december
Mensen met dementie leven na de diagnose gemiddeld nog tien tot twaalf jaar. “Geef ze perspectief. Steun mensen, zodat ze mee kunnen blijven draaien in het gewone leven. Dingen worden moeilijker, dus je moet helpen, maar je moet het niet overnemen. Als je dat goed doet, wordt het leven prettiger en houden mensen het thuis langer vol.”
In Amsterdam en Amstelveen lopen experimenten waarin mensen met dementie langer thuis wonen. Als dat landelijk gebeurt, kan dat 160 miljoen euro per jaar schelen. De investeringen, en die zijn fors, worden in het huidige systeem door de gemeente gedaan, via de WMO. Maar de besparing zit in de verpleeghuiszorg. Tussen die potjes zitten schotten. Het ene potje is van de gemeente, het andere van de rijksoverheid. Je mag niet zomaar geld van het ene naar het andere potje schuiven. Terwijl het extra geld voor gemeenten wel nodig is om dit goed te kunnen uitrollen.”
Lees meer in Met hulptroepen kunnen mensen met dementie langer thuis wonen  met ook 3 portretten van mensen die kunnen blijven meedoen na de diagnose dementie.

Wat als zorg wegvalt – 2019 november
Een simulatie van alternatieven voor zorg en ondersteuning voor mensen met een gezondheidsbeperking
Het is belangrijk om inzicht te hebben welke zorg en ondersteuning mensen met beperkingen nodig hebben om zelfstandig te kunnen blijven wonen. In dit onderzoek van het SCP is nagegaan welke gevolgen het wegvallen van één vorm van zorg en ondersteuning zou kunnen hebben voor de overige vormen van zorg en ondersteuning thuis en voor de kans op opname in een verpleeghuis. Daarnaast geven zij ook speciale aandacht aan de relatie tussen het psychisch welbevinden van mensen met lichamelijke beperkingen en hun zorggebruik.
De zorg en ondersteuning kunnen bestaan uit hulp bij het huishouden, begeleiding, persoonlijke verzorging en verpleegkundige hulp en verpleeghuiszorg. Die hulp kan geleverd worden door het sociale netwerk, door de ontvanger zelf worden betaald of vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg worden geleverd. Lees meer in Wat als zorg wegvalt – SCP

Ouderen zijn beter af in de stad – 2019 november
Steden worden vaak geassocieerd met jong, hip, happening en dynamiek, maar ze vormen ook een veilige haven voor veel ouderen. Waarom is de stad beter voor ouderen dan het platteland? En wat heeft dat te maken met de drie A’s arts, apotheek en Albert Heijn? Van ouderen wordt verwacht dat zij steeds langer thuis blijven wonen, ook als hun gezondheid begint te verslechteren. Langer thuis betekent wel voor iedereen wat anders. Voor sommigen zal het gaan om aanpassingen in de woning. Anderen hebben hulp in de huishouding en persoonlijke verzorging nodig.

Opmerking van mij (websitebeheerder):
Laten we oppassen dat we nu gaan framen dat de dorpen in Groningen niet goed zijn voor ouderen. Immers, er zijn veel initiatieven vanuit ouderen ( en eigenlijk alle inwoners van dorpen) om hun dorp of wijk leefbaar te houden zodat zij daar langer kunnen blijven wonen en leven. Ook, als het in de eigen woning niet meer gaat.

Op zich lijkt de stad een ideale plek voor thuiswonende ouderen. Steden zijn volgens het onderzoek beter dan plattelandsgemeenten in staat om tegemoet te komen aan de wensen en noden van ouderen. Dit heeft voornamelijk te maken met een beter aanbod van diensten, zoals openbaar vervoer en cultureel aanbod. Men heeft het dan vaak over de 3 A’s die voor ouderen belangrijk zijn: de arts, de apotheek en de Albert Heijn (of welke supermarkt dan ook).
Lees meer in Ouderen zijn beter af in de stad 

De oprichting van de Raad van Ouderen en De inbreng van ouderen zelf is cruciaal bij het verbeteren van de ouderenzorg – 2019 november
Ouderen hebben steeds vaker inspraak bij projecten, ontwikkelingen en onderzoek dat over henzelf gaat. Dat is deels te danken aan het harde werk van de Raad van Ouderen, die in oktober 2019 een jaar bestaat. Wat was de aanleiding de raad in te stellen. Lees meer in De oprichting van de Raad van Ouderen en De inbreng van ouderen zelf is cruciaal bij het verbeteren van de ouderenzorg

Advies Raad van Ouderen – Zingeving november 2019 – Ouderen staan onvoldoende stil bij wat hun leven zinvol maakt – 2019 november
Veel ouderen zijn zich niet bewust van wat hun leven zinvol maakt. Dat schrijft de Raad van Ouderen in een advies over zingeving en eenzaamheid dat 19 november 2019  is overhandigd aan minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het ministerie had de Raad gevraagd te adviseren over de vraag ‘Hoe maken we zingevingsvragen en- activiteiten laagdrempeliger en toegankelijk zodat ouderen zich daadwerkelijk minder eenzaam voelen?’ Lees het gehele advies Advies Raad van Ouderen – Zingeving november 2019

Kamerlid Corinne Ellemeet –  Het is nu al crisis in de ouderenzorg – 2019 november
Kamerlid Corinne Ellemeet (GroenLinks) maakte heel wat los toen ze de discussie aanging over medisch overbehandelen van ouderen. Het is nu al crisis”. Een storm van protest stak op toen zij voorstelde om een ‘kwetsbaarheidstest’ in te voeren voor ouderen boven de 70 jaar. “We weten nog niet half wat er op ons afkomt, heb ik onlangs weer in een Kamerdebat gewaarschuwd. Het is lang gegaan over de verpleeghuizen, maar de overgrote groep ouderen, 93 procent, woont thuis. Er kwam geld voor verpleeghuizen, waardoor het van afstand politiek misschien rustig lijkt. Maar in de zorg gaan nu al zo veel dingen niet goed voor thuiswonende ouderen. Lees meer in Kamerlid Corinne Ellemeet – Het is nu al crisis in de ouderenzorg

Groninger Participatiewerkboek – 2019 november
Een handvat om u als initiatiefnemer of ontwikkelaar te helpen een zorgvuldig participatieproces te organiseren. Het werkboek is gemaakt om het aanpakken van opgaven en ontwikkelingen samen en op een herkenbare en goede manier te doen. Of u dit nu doet als bewoner, vanuit de gemeente, als maatschappelijke organisatie of commerciële ontwikkelaar.
WIJ Groningen, Stadadviseert en de gemeente bundelen in dit Participatiewerkboek hun praktijkkennis op het vlak van participatie en gelijkwaardig samenspel. De inhoud van dit werkboek is bewust geen opsomming van do’s en don’ts. Het is bedoeld als uitnodiging om de goede vragen te stellen, doordachte participatieprocessen te ontwerpen, goede methoden voor een zinvolle dialoog te gebruiken en vooral om samen aan de slag te gaan. Lees meer in Groninger Participatiewerkboek – november 2019

We wíllen geen nee zeggen – Zorgregelaars – Het schuurt dagelijks in de ouderenzorg – 2019 november
Een gesprek met de mensen die het toch moeten regelen.
Een oude vrouw woonde thuis, ze leed aan beginnende dementie. Haar casemanager: „Ik kwam terug van mijn zomervakantie en kreeg de dochter aan de lijn. Ze had de hele zomer gebeld om zorg te krijgen voor haar moeder. Die nu is overleden. De vrouw had géén zorg gehad.”
Een Gesprek met drie ‘lagen’ van een thuiszorg-verpleeghuisorganisatie. Wie zorgt er voor de groeiende groep 80-plussers? Over kunst- en vliegwerk in de praktijk van een wijkverpleegkundige in Goirle. Lees meer in We wíllen geen nee zeggen – Zorgregelaars – Het schuurt dagelijks in de ouderenzorg.

Vergrijzing in Nederland veel minder groot probleem dan gedacht – 2019 november (artikel uit 2018)
De vergrijzing in Nederland is een veel minder groot probleem dan wordt gedacht. Zelfs op de top van de vergrijzing is het aantal mensen dat geen geld meer verdient en afhankelijk is van anderen nog minder groot dan vroeger.
Dat stelt hoogleraar Theo Engelen, voormalig rector magnificus van de Radboud Universiteit Nijmegen, die historisch onderzoek doet naar de ontwikkeling van de bevolking.
,,Die vergrijzing is absoluut niet zo erg als wordt voorgedaan. Het probleem van de vergrijzing is dat er mensen onderhouden moeten worden. Maar je moet niet vergeten: er is ook een groep jongeren, kinderen die onderhouden moet worden. Dus je moet kijken naar 65-plus én 18- of 20-min. Als je dan kijkt naar het percentage mensen dat je kunt rekenen tot de afhankelijke bevolking, dan was dat in 1965 veel hoger dan nu. Omdat er toen veel meer kinderen waren.” Lees meer in Vergrijzing in Nederland veel minder groot probleem dan gedacht

Yeps hoeven niks –  maar ze kunnen zo veel – 2019 oktober
Er komt een advies over het toenemende aantal Young Elderly Persons (yep’s). De nadruk ligt op het kúnnen, niet op het moeten. Nadenken over je eigen toekomst en niet meer het gevoel hebben of krijgen afgeschreven te zijn na je pensioendatum. Lees meer in Yeps hoeven niks – maar ze kunnen zo veel

Zorgmonitor Groningen –  preventief ouderenbeleid terug op gemeentelijke agenda in Provincie Groningen. De ambitie geformuleerd maar nu nog de praktijk – 2019 oktober
Uit beleidsdocumenten van de twaalf Groningse gemeenten valt op te maken dat er (weer) aandacht is voor ouderenbeleid. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten onderling; bij sommigen zijn de ambities nog bescheiden.

In de provincie als geheel richt de inzet zich vooral op goede basisvoorzieningen en woningen voor ouderen en op positief gezond ouder worden. Naast het vergroten van de kwaliteit van leven van oudere inwoners is het voorkomen van dure zorg of ondersteuning een belangrijke drijfveer achter de beleidsvoornemens.
Bovenstaande informatie is ontleend aan (beleids)documenten. Sociaal Planbureau Groningen heeft niet onderzocht in hoeverre de ambities al in praktijk worden gebracht. Bovendien is wat in de praktijk al goed loopt mogelijk juist niet expliciet in de gemeentebegroting opgenomen. Daar komt bij dat een aantal gemeenten in 2019 nieuw is en dit jaar pas echt aan de slag gaat met het beleid voor de nieuwe situatie. Kortom: de papieren werkelijkheid weerspiegelt zeker niet één op één wat er in de praktijk allemaal gebeurt. Lees meer in Zorgmonitor Groningen – preventief ouderenbeleid terug op gemeentelijke agenda in Provincie Groningen

ActiZ brengt opgave passende woonvormen in beeld – 2019 september
De komende jaren is een forse uitbreiding van het aantal passende woonvormen nodig door de vergrijzing en toename van behoefte aan ouderenzorg.

Daarvoor moet op lokaal niveau het gesprek gevoerd worden. Branchevereniging ActiZ ontwikkelde een presentatie over de toekomst van wonen en zorg voor ouderen.

Een hulpmiddel voor zorgorganisaties om op lokaal niveau het gesprek te voeren met woningcorporaties en gemeenten. Lees meer in ActiZ brengt opgave passende woonvormen in beeld en de Presentatie – De toekomst van wonen en zorg voor ouderen ACTIZ sept 2019

Vitale ouderen weigeren zich voor te bereiden op de zorg die ze later nodig hebben – 2019 september
Onderzoek –  De Yep van tegenwoordig
De nieuwe generatie ouderen is onvoorbereid op de levensfase waarin zij afhankelijk worden van zorg. Hoewel de overheid zich steeds verder terugtrekt en de personeelstekorten in de zorg fors toenemen, gaat een grote meerderheid ervan uit dat de staat zich straks over hen ontfermt – ten onrechte. I&O Research deed in opdracht van Trouw een groot onderzoek naar de derde levensfase tussen het werkzame leven en echte ouderdom. Vroeger bestond die niet: mensen leefden na hun pensioen nog vijf jaar, hun gezondheid verslechterde snel. Tegenwoordig duurt het nog zo’n vijftien jaar totdat gepensioneerden zorgafhankelijk worden. ¬Tegen de tijd dat de huidige generatie zorg nodig heeft, zijn de personeelstekorten waarschijnlijk groot. Deze groep moet zich daarom nu al zelf op die periode voorbereiden. Lees meer in Vitale ouderen weigeren zich voor te bereiden op de zorg die ze later nodig hebben – 2019 september en op de website YEP (young elderly persons) https://verhalen.trouw.nl/de-yep-van-tegenwoordig/
Bron https://www.trouw.nl – Trouw – 12 september 2019

Hoe het oude verzorgingshuis een nieuw leven krijgt – 2019 augustus
De oude verzorgingshuizen en bejaardentehuizen zouden overbodig zijn en volgens sommigen nog het beste tegen de vlakte kunnen. Volgens Habion kan dat ook anders. “Slopen is niet duurzaam, het is kapitaalvernietiging en met het oog op de vergrijzing konden we die gebouwen wel eens hard nodig gaan hebben.” Dat stelt Peter Boerenfijn, directeur van de woningcorporatie die zich vanaf zijn oprichting in 1952 exclusief met de huisvesting van ouderen bezighoudt. Lees meer in Hoe het oude verzorgingshuis een nieuw leven krijgt

Zelfstandig op hoge leeftijd” – Landelijk beleid steeds knellender voor zelfstandig thuis wonen – juli 2019
Wat heeft een oudere nodig om tot op hoge leeftijd zelfstandig thuis te kunnen wonen? Dat is niet alleen een geschikte woning, maar ook een geschikte functionele en sociale woonomgeving. Uit de studie “Zelfstandig op hoge leeftijd” van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat er sprake is van regionale verschillen en een mismatch tussen de geschiktheid van de woning, de woonomgeving en het zorgpotentieel. Landelijke beleid om ouderen langer zelfstandig thuis te helpen wonen, pakt lokaal niet overal hetzelfde uit. Ruimte voor regionaal maatwerk is nodig.
Wat is er nodig voor het langer zelfstandig wonen? Welke knelpunten zijn er? En hoe hangt het in het zorgdomein ingezette beleid samen met andere beleidsdomeinen die met het langer zelfstandig wonen samenhangen, zoals het wonen en de ruimtelijke ordening? Dat heeft het PBL onderzocht. Het rapport geeft een integraal beeld van de problematiek rond het langer zelfstandig wonen. Lees meer in het rapport Zelfstandig-thuis-op-hoge-leeftijd PBL juli 2019 en het artikel Landelijk beleid steeds knellender voor zelfstandig thuis wonen

Ouderen beleven de zorg thuis verschillend – juli 2019
Er zijn grote verschillen in de beleving tussen ouderen die zorg krijgen en zij die nog geen zorg krijgen blijkt uit een meldactie van de Patiëntenfederatie Nederland. Allen hebben behoefte aan een veilige leefomgeving met veel contact met de buitenwereld
Mensen die zorg krijgen en medicijnen gebruiken, vinden het lastig om in te schatten of zij op termijn nog thuis kunnen blijven wonen. En ze hebben behoefte aan een veilige leefomgeving met veel contact met de buitenwereld.
Ouderen die nog thuis wonen en zorg en ondersteuning krijgen, hebben meer vertrouwen in de kwaliteit van die zorg dan ouderen die nog geen zorg krijgen, maar denken dat later wel nodig te hebben. Dat blijkt uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland onder het eigen ouderenpanel van ruim zesduizend 65-plussers.
Uit het onderzoek blijkt ook dat afspraken met zorgverleners over de te leveren zorg soms niet goed worden nagekomen of slecht worden gedeeld met andere zorgverleners. Het overgrote deel van de ruim 3500 deelnemers aan het onderzoek gebruikt medicijnen. Meer dan drieduizend ouderen slikken medicijnen. een 46 procent van hen gebruikt vijf of meer medicijnen. Zes van de tien hebben recent een medicatiebeoordeling gehad. Daarbij kijkt de huisarts of de apotheker of alle medicijnen nog wel nodig zijn, of dat de medicatie moet veranderen.
Lees meer in het Rapport meldactie langer thuis wonen – juli 2019

Raad van Ouderen: goed oud worden vraagt brede maatschappelijke beweging – juli/juni 2019
Er is een brede maatschappelijke beweging nodig die leidt tot nadenken over ouder worden en je daarop voorbereiden. Behalve ouderen zelf kunnen ook de nationale overheid, provinciale en lokale overheden hierbij een belangrijke rol spelen, evenals maatschappelijke organisaties, private partijen als pensioenfondsen, woningcorporaties en zorgverzekeraars en ouderenorganisaties.

Dat schrijft de Raad van Ouderen in een advies aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Breed in de samenleving betekent voor de Raad dat het nadenken over de toekomst als het ware onderdeel vormt van onze sociaal-culturele omgeving en dat we het normaal vinden om zelf na te denken over wat we later willen, of om mensen hierover te bevragen.
In het kader van het programma Langer Thuis van het Pact voor de Ouderenzorg heeft de minister de Raad van Ouderen gevraagd advies uit te brengen over ‘Voorbereiden op ouder worden’. De Raad vindt het net als de minister belangrijk dat mensen zich bewust worden van de veranderingen die bij het ouder worden horen en dat ze zich daar actief op voorbereiden, maar benadrukt dat deze bewustwording de hele samenleving raakt en niet alleen ouderen en hun directe omgeving.
‘Komende generaties ouderen worden anders oud. De ouderen van nu zijn anders dan die van twintig tot dertig jaar geleden. Ook verandert de rol van de overheid. De burger moet meer zelf doen, maar moet daar ook toe worden aangezet’, schrijft de Raad van Ouderen.
In het advies beantwoordt de Raad van Ouderen verder enkele specifieke vragen over de bewustwording. Leeftijd speelt volgens de Raad een beperkte rol wanneer ouderen gaan nadenken over ouder worden. Dat moment is meer gebonden aan belangrijke persoonlijke gebeurtenissen, zoals uithuisgaande kinderen, geboorte kleinkinderen, ontslag, ziekte of wijziging woonsituatie. Vooral de naaste omgeving en mensen en organisaties met wie ouderen al contact hebben, kunnen hen aanzetten na te denken over de volgende levensfase. Wat de toon van de boodschap betreft, pleit de Raad voor een eigen aanpak voor verschillende doelgroepen, zoals overheden, private partijen, seniorenorganisaties en individuele burgers. Voor de boodschap voor ouderen adviseert de Raad onder meer die positief te formuleren en te wijzen op mogelijkheden, ouderen te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid, aandacht te hebben voor diversiteit en aan te sluiten op waar mensen op dat moment aan toe zijn.
Het adviesrapport is aangeboden aan minister Hugo de Jonge en is integraal meegegaan als bijlage bij zijn voortgangsrapportage ‘Langer Thuis’, die op 2 juli 2019 is aangeboden aan de Tweede Kamer. Lees meer in het  Advies Raad van Ouderen – voorbereiden op ouder worden – juni 2019 en de Kamerbrief 2 juli 2019 -over-voortgangsrapportage-programma-langer-thuis

Kwaliteitsverbetering – Het verhaal als kwaliteitsinstrument – juli 2019
Het verhaal van de mensen zelf in plaats van cijfertjes, getallen en percentages. Niet registratief maar narratief. In gesprek met ouderen i.p.v. registraties over ouderen.
Verhalen van ouderen over de zorg die zij ontvangen, zijn belangrijk voor kwaliteitsverbetering van de ouderenzorg. Om de kwaliteit te verbeteren moeten we weten wat ouderen bezighoudt en waarom. Alleen dan weten we wat we moeten veranderen voor een betere kwaliteit.
In het project “Het verhaal als kwaliteitsinstrument” is een methode ontwikkeld om verhalen van ouderen op te halen voor kwaliteitsverbetering door middel van narratief onderzoek. Deze methode kan toegepast worden door medewerkers in de ouderenzorg, als zij daarvoor een training gevolgd hebben. De interviewer start het gesprek met de vraag: “U ontvangt nu al een tijdje zorg vanuit X, vertelt u daar eens over?” Daarna volgt de interviewer het verhaal van de oudere en stelt alleen vragen om het verhaal gaande te houden. Het gesprek wordt opgenomen en uitgetypt. Twee mensen maken samen een portret waarin de belangrijkste punten worden verwoord.
Lees meer in de Factsheet-Flyer Het verhaal als kwaliteitsinstrument   en de Rapportage Het verhaal als kwaliteitsinstrument   en de Handreiking Het verhaal als kwaliteitsinstrument .
Bron ZonMW https://www.zonmw.nl – juli 2019

Vraagstuk groeiende zorgkloof – De zorg verandert – Te weinig passende woonruimte voor ouderen (ook met dementie) – juni 2019
De kwaliteit van de zorg in Nederland is uitzonderlijk hoog. ActiZ werkt aan het mogelijk maken van goede zorg voor ouderen, nu en in de toekomst. Want de zorg voor ouderen gaat de komende jaren ingrijpend veranderen: het aantal 65-plussers stijgt in twintig jaar met 55% tot bijna 5 miljoen. Het aantal 90-plussers stijgt tegelijk met bijna 200% tot 340 duizend.
Met name op het gebied van medewerkers is dit volgens Actiz een uitdaging: nu werken 1 op de 7 mensen in de zorg. Bij onveranderd beleid zouden dat er in de toekomst 1 op 4 moeten zijn.
Voor het tegengaan van het tekort aan verpleeghuisplekken moet er volgens ActiZ niet alleen ingezet worden op meer plekken. ActiZ denkt dat er meer passende woonruimte nodig is voor mensen met een intensieve zorgvraag. Vormen van wonen die een natuurlijke aanvulling zijn tussen zorg thuis en intensieve verpleeghuiszorg. Om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden, moet er volgens ActiZ naast meer passende woonruimte ook worden ingezet op techniek die medewerkers helpt efficiënt cliëntgerichte zorg te bieden of mensen helpt langer zelfstandig thuis te wonen. Feiten en cijfers in de Infographic groeiende zorgkloof ouderen tot 2040
Bron Actiz juni 2019 – https://www.actiz.nl

De langdurige zorg moet anders – kijk naar Scandinavië – mei 2019
Er is in Nederland veel onrust over de langdurige zorg. Is die wel beschikbaar wanneer dat nodig is? Zijn er voldoende handen aan het bed? Is de kwaliteit op niveau? Is er genoeg aandacht voor eenzaamheid? Hoe blijft de zorg betaalbaar?
In landen als Denemarken, Finland en Zweden verblijven naar verhouding veel minder ouderen in verpleeghuizen. Zij wonen in hun eigen woning en krijgen ondersteuning wanneer dat nodig is.
In Scandinavië is al decennialang het beleid om het mogelijk te maken dat je je eigen leven kunt leiden en daar zelf de baas over kunt zijn, ook als je hulpbehoevend bent. Waar we in Nederland het ‘zorgen voor kwetsbare ouderen’ de nadruk geven, is in Scandinavië het ¬uitgangspunt om te organiseren dat ‘ouderen voor zichzelf kunnen zorgen’.
Wanneer iemand in Denemarken een hulpvraag heeft, oud of jong en gehandicapt, gaat de gemeente met de betrokkene eerst kijken welk leven hij of zij wil leiden. Daarna wordt – vaak zeer intensieve – hulp ingezet om de betreffende persoon te helpen zoveel mogelijk zelf te doen. Dat gebeurt niet alleen door het huis aan te passen en technische hulpmiddelen in te zetten, maar vooral ook via revalidatie van verloren functies. Wanneer het evenwicht verloren gaat, wordt de cirkel van inventarisatie, aanpassing, training en loslaten opnieuw opgestart.
In Scandinavië is er een rijke schakering van woonvormen tussen eigen huis en het verpleeghuis. Het zijn woningen of appartementen, veelal geschakeld in kleinere complexen waar mensen met elkaar voorzieningen kunnen delen. Lees meer in De langdurige zorg moet anders – kijk naar Scandinavië

Persoons Volgend Budget – mei 2019
Het Persoons Volgend Budget speelt vooralsnog alléén in de WLZ-sector en met name intramuraal. Daarom wordt de term intramuraal Persoons Volgend Budget (iPVB) gebruikt.
Méér dan 15 jaar van praten over ‘stelselwijziging’ vanaf 2014. Diverse staatssecretarissen (van der Reijden, Simons en Terpstra) vulden de adviezen steeds verder met woorden in. Eenduidige, krachtige bewegingen om de adviezen écht handen-en-voeten te geven, bleven uit. In het jaar 1994 startte wél de voorloper voor stevige bewegingen op; het traject Modernisering Ouderenzorg.
Het duurde echter tot eind 2002 om de 1e grote praktische stap in het ‘centraal\centraler stellen van de cliënt’ te zetten. In het jaar 2003 werd de – toen nog AWBZ – sector verwend met de introductie van de “functiegerichte indicatiestelling” (besluit zorgaanspraken AWBZ). Vanaf 2003 verviel het bestaande systeem van ‘een indicatie voor het verzorgingshuis (met één generiek dagtarief) of een indicatie voor het verpleeghuis (eveneens met een – 2x zo – hoger tarief). De functies HV, PV, VP, BG, BH, VB zagen het levenslicht.

Een tweede stap volgde in 2009 met de introductie van het ZorgZwaartePakket (ZZP).
Zowel de 1e als de 2e stap hadden nog niet het ultieme effect op het centraal stellen van de cliënt; de binnenkomende financiën van cliënten werden (worden) in de meeste zorgorganisaties nog steeds ‘op één grote hoop’ geveegd en op basis van historisch gegroeide formatie & budgetten intern verdeeld.
Weliswaar richtten kwaliteitswetgeving en bijbehorende ‘instrumenten’ als zorgplan, en tevredenheidsonderzoek de scope van de sector meer en meer op de cliënt en diens zorgvraag.

Ook zorgkantoren probeerden door hun inkoopbeleid en tariefskortingen te stimuleren dat de cliënt nog steviger het uitgangspunt van zorgverlening zou worden.
En ook het ministerie van Volksgezondheid Welzijn & Sport deed op dit gebied d.m.v. innovatie-programma’s (o.a. ESF, InVoorZorg) een beroep op de sector.
Met het PersoonsVolgendBudget wordt nu de 3e (en laatste?) stevige stap gezet in het centraal stellen van de cliënt. In deze 3e stap zijn de 1e en de 2e stap van de modernisering volledig verwerkt en gebruikt.

Het Persoonsvolgend budget grijpt in op houding, gedrag, tevredenheid en werkwijzen.

De kern van de 3e stap is dat de te verlenen basiszorg wordt m.b.v. het iPVB bepaald door ‘het gesprek tussen cliënt\cliëntsysteem & professional’. Vervolgens worden maandelijks de afwijkingen (naar boven én beneden) bijgehouden. En als ‘sluitstuk’ wordt de vergoeding gebaseerd op de integrale kostprijs van de zorgaanbieder. Zo ontstaat een meetbaar – pakbaar – overdraagbaar ultiem transparante afspraak. Bron en meer informatie op https://persoonsvolgend-budget.nl/  en lees de  Flyer Het pure IPVB intramuraal persoonsvolgend budget en Infographic Wat is het iPVB  en de  Infographic Samen beslissen kwetsbare ouderen Vilans 2018

Advies Raad van Ouderen over verpleeghuizen en VWS Voortgang Thuis in het verpleeghuis – mei 2019
In een advies aan minister Hugo de Jonge van VWS breekt de Raad van Ouderen (RvO) een lans voor het samenstellen van één landelijke site met goed gestructureerde informatie over kwaliteit en kenmerken van alle verpleeghuizen in Nederland. Deze site moet ouderen en mantelzorgers helpen bij het maken van een juiste keuze voor een verpleeghuis. De Raad van Ouderen bestaat uit in totaal 20 personen die een breed netwerk van regionale en landelijke ouderenorganisaties vertegenwoordigen. De RvO is autonoom, agendeert actuele thema’s rondom ouderen en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de minister van VWS
Keuzevrijheid verpleeghuis
De RvO maakt zich grote zorgen over de beperkte keuzemogelijkheden die ouderen ervaren bij de overstap van thuis wonen naar een verpleeghuis. De Raad constateert dat bijna niemand ervaart te kunnen kiezen. Maar dat men genoegen moet nemen met wat beschikbaar is.
Keuze is vaak gebaseerd op haastwerk
Een opname is vaak haastwerk en te laat in het proces, constateert de Raad van Ouderen. Als er meer tijd is tussen het stellen van de indicatie en de opname, vergroot dat de mogelijkheid om goed voorbereid te kiezen en in te schrijven bij het verpleeghuis van keuze.
Informatiebehoefte over ‘zachte’ kenmerken
Het advies van de Raad van Ouderen is om naast informatie over kwaliteit en stabiliteit van een verpleeghuis met name de ‘zachte’ kenmerken meer aandacht te geven bij de informatieverstrekking. Kenmerken als geborgenheid, autonomie, diversiteit, zingeving, aandacht voor levensvragen en palliatieve zorg. Voor ouderen is het namelijk erg belangrijk te weten of men zich thuis kan voelen in het verpleeghuis en of men kan blijven leven op de ‘eigen’ manier. De mantelzorgers willen weten of zij de zorg voor hun naaste met een gerust hart kunnen overdragen, wat zij mogen en kunnen in het verpleeghuis en wat hun plek is.
Het adviesrapport is aangeboden aan minister Hugo de Jonge en is integraal meegegaan als bijlage bij zijn voortgangsrapportage ‘thuis in verpleeghuis’. Deze rapportage is woensdag 22 mei aangeboden aan de Tweede Kamer. Bron VWS op https://www.rijksoverheid.nl
Lees meer in het Advies Raad van Ouderen keuze informatie verpleeghuizen – april 2019  en VWS 21 mei 2019 kamerbrief-over-voortgangsrapportage-thuis-in-het-verpleeghuis (1)

Blijk van vertrouwen – Anders verantwoorden voor goede zorg – Praktijk van verantwoording moet op de schop – Advies Raad voor Volksgezondheid en Samenleving – mei 2019
Verantwoorden in de zorg moet fundamenteel anders. Het initiatief moet liggen bij zorgverleners die verantwoording afleggen en niet bij de partijen die verantwoording vragen. Daarmee komt verantwoorden in het teken te staan van het verbeteren van zorg en ondersteuning.

Alleen zo zal verantwoording bijdragen aan een proces van leren en verbeteren in de zorg. Ook zal het vertrouwen tussen betrokken partijen toenemen en krijgt de patiënt zorg die meer is toegesneden op de persoonlijke situatie. Dat zegt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in het vandaag verschenen advies ‘Blijk van vertrouwen. Anders verantwoorden voor goede zorg’.
Anders verantwoorden is volgens de RvS een antwoord op het onbehagen over de huidige manier van verantwoorden. “Verantwoording draagt op dit moment onvoldoende bij aan betere zorg en ondersteuning. Zorgverleners zijn leveranciers van verantwoordingsinformatie ten behoeve van externen geworden. Daarom is een herontwerp van de praktijk van verantwoorden nodig: niet op afstand gaan zitten wachten op informatie, maar verantwoorden als een dynamisch proces. Dat zorgt ervoor dat de patiënt geen nummer meer is. De patiënt krijgt zorg die past bij zijn of haar specifieke behoefte.” Bron en info https://www.raadrvs.nl/
Lees meer in Blijk van vertrouwen – Advies RvS mei 2019  en de infographic Blijk van vertrouwen Infographic Advies RvS .

Langer thuis als huis toegankelijk is gemaakt – april 2019
Ouderen die in toegankelijke huizen wonen, hebben een kleinere kans om in een verpleeghuis terecht te komen. Dit effect loopt op met de leeftijd. Het CPB heeft, op basis van data over de toegankelijkheid van vrijwel alle woningen van ouderen in Nederland, onderzoek gedaan naar instroom in het verpleeghuis. Hoewel beleidsmakers het woonbeleid al geruime tijd inzetten als middel om ouderen langer thuis te laten wonen, is dit het eerste grootschalige empirische onderzoek dat de relatie tussen de toegankelijkheid van het huis en instroom in het verpleeghuis in kaart brengt.
90-Plussers met een gelijkvloerse woning, of een woning waarin ruimte is voor een traplift, hebben een kans van ongeveer 9 procent om het komende jaar in het verpleeghuis te belanden. Vergelijkbare ouderen met een woning die niet zonder trap te betreden is, hebben daarentegen een kans van ongeveer 11 procent.
Ouderen willen graag zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Het aanbod van ‘de juiste zorg op de juiste plek’ is daarom een belangrijk uitgangspunt van het zorgbeleid. Die plek is vaak thuis. Om langer thuis wonen mogelijk te maken richt de overheid zich onder andere op verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de woning.
Aanvullende analyses laten zien dat de toegankelijkheid van de woning vooral een rol speelt voor mensen met lichamelijke beperkingen en in mindere mate voor mensen met cognitieve beperkingen. In het onderzoek wordt rekening gehouden met allerlei verschillende factoren, zoals de zorg waarvan gebruik wordt gemaakt, de faciliteiten in de buurt en persoonlijke kenmerken.
Lees meer in Can your house keep you out of a nursing home CPB april 2019   of in de Nederlandse samenvatting Langer thuis dankzij een toegankelijk huis CPB april 2019 .

Zorgzaam Losdorp van start – april 2019
Groninger dorpen gaan steeds meer aan de slag met zorgzame bewonersinitiatieven. Dorpen willen ook in de toekomst opgewassen zijn tegen verdwijnende (zorg)voorzieningen en bezuinigingen in de zorg. Het aanbieden van laagdrempelige hulp of een goed georganiseerd vrijwilligersnetwerk kan dorpen helpen bij het doel wat zij voor ogen hebben. een voorbeeld os Losdorp in de gemeente Delfzijl. Lees meer in Zorgzaam Losdorp van start – 10 april 2019   en op de website http://www.zorgzamedorpengroningen.nl/

Knelpunten en ontwikkelingen ouderenzorg 75-plussers in kaart – april 2019
De Nederlandse ouderenzorg staat voor veel uitdagingen. Dat blijkt uit de SCP-kennissynthese over de zorg voor thuiswonende ouderen. In 2030 zijn er ruim twee miljoen 75-plussers (720.000 meer dan nu). Daar staat tegenover dat er een (toenemend) tekort is aan personeel, specifieke deskundigheid en mantelzorgers om deze groep thuis te begeleiden. Ook zal de vraag naar zorg veranderen door de toename van diversiteit onder ouderen (zoals etniciteit) en door technologie.

Hier ligt dan ook een belangrijke opgave voor de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen. Uiterlijk eind 2019 adviseert de commissie over wat er nodig is om de zorg voor ouderen thuis ook in de toekomst op peil te houden.
Veel zelfstandig wonende ouderen zijn tevreden over hun zorg en ondersteuning, maar er zijn ook knelpunten. De eigen kracht, vaardigheden en mogelijkheden van ouderen en hun netwerken worden geregeld overschat. De zorg in het algemeen is nog weinig gericht op preventie van (ernstiger) ziekten en het vroegsignaleren van zorg- en ondersteuningsbehoeften. En ook het woningaanbod lijkt nog onvoldoende sluitend op de vraag die er ontstaat nu van ouderen verwacht wordt dat zij langer zelfstandig blijven wonen.

75-plussers variëren in hun zorgbehoefte
Hoewel de meerderheid met lichamelijke beperkingen, psychische aandoeningen of geheugenproblemen kampt, zeggen de meesten zich goed te kunnen redden in het dagelijks leven. Veel 75-plussers zijn dan ook nog altijd actief in de samenleving. Daar staat tegenover dat 10% van de 75-84 jarigen en 15% van de 85-plussers zich (zeer) sterk eenzaam voelt. Naarmate de leeftijd stijgt, is het aandeel alleenstaanden en het aandeel dat van een klein inkomen moet rondkomen groter.
Lees meer in Zorgen voor thuiswonende ouderen SCP april 2019
Bekijk de Trends in de ouderenzorg 2018-2030 van het Sociaal en Cultureel Planbureau: https://digitaal.scp.nl/ouderenzorg
Deze infographic is gebaseerd op de literatuurstudie Zorgen voor thuiswonende ouderen.

Dementiezorg – Gemeente heeft beperkt budget en neigt naar beknibbelen – april 2019
Eén op de vijf Nederlanders krijgt een vorm van dementie. Niet alleen de overheid wil hen zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen; ook mensen met dementie zelf blijven liever thuis wonen.
Het is ook een centenkwestie. De gemeente heeft sinds de hervorming van de zorgwetten een belangrijkere rol gekregen bij het verdelen van de budgetten voor mensen die thuis zorg nodig hebben. Alzheimer Nederland pleit ervoor om juist ook in de beginfase in zorg voor mensen met dementie te investeren. Het initiatief ligt vooral bij de gemeente, maar die heeft een beperkt budget en neigt naar beknibbelen, volgens Alzheimer Nederland. Lees meer in Dementiezorg – Gemeente heeft beperkt budget en neigt naar beknibbelen

Grote verschillen tussen dementienetwerken in het zorggebruik van mensen met dementie – april 2019
Dementienetwerken organiseren ieder op hun eigen manier en in hun eigen regio, de zorg voor mensen met dementie. Opvallende verschillen zijn er in het gebruik van eerstelijnsverblijf (1-8%), wijkverpleging (51-76%) en het aantal mensen met een ziekenhuisopname (21-32%). In dementienetwerken waar mensen met dementie wijkverpleging krijgen, verblijven deze mensen korter in het ziekenhuis bij een opname. Dit zijn enkele resultaten van een dementieonderzoek dat Vektis op verzoek van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft uitgevoerd onder thuiswonende mensen met dementie. Met de resultaten van het onderzoek kunnen zorgverzekeraars de inkoop van dementiezorg verbeteren.
Dementienetwerken pakken de zorg voor mensen met dementie op verschillende manieren aan. Het ene netwerk zet bijvoorbeeld meer wijkverpleging in dan het andere netwerk. Het verschil in zorggebruik is ook terug te zien in de zorgkosten. De verschillen lopen op tot 8.500 euro per patiënt per jaar.
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat het inzetten van casemanagement dementie een positief effect heeft. In dementienetwerken waar meer mensen met dementie casemanagement krijgen, wonen er bijvoorbeeld meer mensen thuis en is bij escalatiezorg de duur van het eerstelijnsverblijf korter.

Inkoop dementiezorg verbeteren
Met het onderzoek wilde ZN inzicht krijgen in de wijze waarop de dementienetwerken zijn georganiseerd voor het bieden van goede en doelmatige dementiezorg. Met de resultaten die nu bekend zijn kunnen zorgverzekeraars de inkoop van dementiezorg verbeteren op een manier die zoveel mogelijk wordt gedragen door ketencoördinatoren , zorgaanbieders en cliëntenorganisaties. Het verbeteren van de dementiezorg is belangrijk, want dementie heeft een grote impact op het leven van de persoon met dementie en op dat van zijn naasten. Goede zorg is essentieel voor deze doelgroep. Goede dementiezorg leidt tot behoud of verbetering van de kwaliteit van hun leven. Het is van belang om zorg te leveren op het juiste moment, op de juiste plek en door de juiste professional. Goede dementiezorg houdt ook in dat een mantelzorger zich gesteund voelt en overbelasting wordt voorkomen. Met dit inzicht over wat goede en doelmatige dementiezorg is, kunnen zorgverzekeraars via de zorginkoop een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de dementiezorg.
Lees meer in Zorggebruik van mensen met dementie in beeld – Definitieve rapportage indicatoren dementienetwerken 2018  Bron VEKTIS april 2019 op https://www.zn.nl

In 2030 zijn er een 104 grote verpleeghuizen nodig of 1040 kleinschalige woonvoorzieningen voor ouderen of mensen met dementie. De grenzen van solidariteit!
Bij continuering van het bestaande beleid, inclusief de sterkere nadruk op de eerste lijn, moeten er tot 2030 tenminste 104 verpleeghuizen voor 200 bewoners bij komen. Of wie kleinschalig denkt, 1.040 voor 20 bewoners. Als sociaaldemocraat en volksgezondheidsexpert vindt Guus Schrijvers de op één na beste ontwikkeling dat die rijke tweederde van de toekomstige 75-plussers zelf grotendeels voor de eigen oude dag gaat zorgen. De andere één derde behoudt de staatssteun zoals nu wordt gerealiseerd via de Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke Ondersteuning. De solidariteit met de arme ouderen zonder eigen vermogen blijft hiermee behouden. Ook blijft behouden de kwaliteitsinspectie op alle ouderenzorg en ouderenhuisvesting. Want ook rijke ouderen hebben recht op veilige, hygiënische, brandveilige en verantwoorde zorg. Waardig oud worden is geen individuele prestatie of alleen iets voor geluksvogels, maar een sociale constructie die alleen in sterke gemeenschappen overeind kan worden gehouden. Lees meer in We groeien toe naar een global village waar ouderen op steeds minder steun kunnen rekenen   en  in In 2030 zijn er een 104 grote verpleeghuizen nodig of 1040 kleinschalige woonvoorzieningen voor ouderen of mensen met dementie. De grenzen van solidariteit!

Verbied grootschaligheid in zorg
De politiek zou ze geweldig kunnen helpen door grootschaligheid in de zorg te verbieden. Geen zorgfabrieken meer, maar sympathieke op zichzelf staande verpleeghuisjes in elke dorp of stadsbuurt. Dan zijn de foute bestuurders zo vertrokken en houden we leiders over die snappen wat zorg is. Lees meer in We gaan ten onder aan bestuurlijke obesitas

Veilige zorg is niet altijd goede zorg
Veiligheid is een groot goed in de zorg. De afgelopen decennia is veel geïnvesteerd in het veiliger maken van de zorg en het beheersen van risico’s. Daardoor is het aantal vermijdbare fouten afgenomen.

Het einde van de huidige strategie lijkt echter in zicht. De zorg wordt niet nog veiliger door nog meer te reguleren. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat teveel nadruk op veiligheid negatieve effecten kan hebben. Instrumenten om veiligheid te reguleren schieten soms hun doel voorbij, omdat ze weinig ruimte laten om afwegingen te maken en te leren van fouten. Lees meer in CEG signalement Veilige zorg – goede zorg april 2019 en op https://www.ceg.nl/ . Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) signaleert en informeert over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ethiek, gezondheid en beleid.

Rapport – Hoe willen mensen wonen wanneer ze ouder worden? – maart 2019
In het kader van een groot Europees onderzoek naar de wijze waarop er in verschillende landen naar ‘ouder worden’ wordt gekeken organiseerde Stijlvol Ouder in samenwerking met Smart Homes eind 2018 de Nederlandse bijdrage. Ruim 1200 leden van het Stijlvol Ouder Seniorenpanel werden benaderd met een forse vragenlijst waarop ruim werd gereageerd Het valt op dat Nederlandse senioren toch al wat eerder bezig zijn met langer zelfstandig thuis wonen dan enkele jaren geleden. Meer dan 71% van de respondenten woont langer dan 10 jaar in de huidige woning, 7,5% tussen de 5 en 10 jaar, 5% tussen de 2 en 5 jaar en 5% korter dan twee jaar. Circa 47% van de respondenten woont in een appartement waarvan bijna 13% zonder lift. Ruim 71% van de respondenten denkt fijn oud te kunnen worden in hun eigen woning. Uit eerder gehouden landelijk onderzoek onder senioren bleek echter dat dit behoorlijk wordt overschat. Zo’n 14% van de respondenten uit ons onderzoek is al verhuisd naar een andere woning omdat de woning niet geschikt was voor het ouder worden. 16% denkt erover om te verhuizen. Een 40% van de respondenten technologie belangrijk om mobiel te blijven en bijna 38% als iets dat helpt om zich veilig te voelen. Het grootste gedeelte van de senioren woont al langer dan 10 jaar in de huidige woning, waarvan ruim de helft samen woont zonder kinderen. Ook lijkt het grootste gedeelte van de respondenten bereid te zijn om te verhuizen indien dit echt nodig is, waarbij verhuizen naar een seniorproef woning/appartement dichtbij voorzieningen de populairste opties is. Toch zegt het grootste gedeelte van de senioren niet bereid te zijn een woning te delen met iemand die geen familielid is. Lees meer in het Rapport – Hoe willen mensen wonen wanneer ze ouder worden.docx

Zonder zorgen uit logeren – Quickscan naar varianten tijdelijk verblijf – maart 2019
Hebben kwetsbare thuiswonende senioren behoefte aan een nieuwe vormen van logeerzorg? Het ministerie van VWS vroeg voorafgaand aan de start van het pilotprogramma logeerzorg aan Platform31 een quickscan. Aanleiding voor het pilotprogramma is de motie van VVD en D66 waarin zij een behoefte constateren aan een structurele vorm van tijdelijk verblijf: ‘Logeerzorg’. De quickscan beschrijft drie tijdelijke verblijfsvormen en geeft inzicht in de knelpunten die in het veld worden ervaren.
Uit de quickscan komt naar voren dat de huidige wijze van toegang, organisatie en financiering van vormen van tijdelijk verblijf in de praktijk tot onduidelijkheid leidt. Kwetsbare doelgroepen, maar ook hun professionele verwijzers, kunnen hierdoor niet eenvoudig doorgronden welk aanbod er is en op welke wijze dit aanbod ondersteunend kan zijn voor hen en hun mantelzorgers. Het doel van het pilotprogramma zou moeten zijn om te verkennen welke oplossingsrichtingen (vanuit het perspectief van de thuiswonende ouderen) mogelijk zijn. Hoe kan de financiering, organisatie van het aanbod van tijdelijke verblijfsvormen zo worden vernieuwd dat deze beter aansluit bij de behoefte van de thuiswonende oudere? Door de analyse biedt de quickscan een startfoto voor het pilotprogramma Logeerzorg en de vraagstukken waaraan dit programma nieuwe oplossingen moet bieden. Bron https://www.platform31.nl/ en lees meer in Zonder zorgen uit logeren – Quickscan-Logeerzorg maart 2019

Nieuwe inzichten in Groninger ouderenzorg – maart 2019
Twee nieuwe onderzoeksrapporten schetsen een totaalbeeld van de samenwerking en samenhang in de Groninger ouderenzorg, van preventie tot langdurige zorg. Hiervoor zijn meer dan 100 ervaringsdeskundigen bevraagd door onderzoekers van Sociaal Planbureau Groningen.

“De rapporten geven inzicht in de totale keten van ouderenzorg én het perspectief van ouderen en mantelzorgers.”

De zorg en ondersteuning voor ouderen in Nederland is van hoog niveau. Door ontwikkelingen als vergrijzing, stijgende zorgkosten en personeelstekorten, rijst de vraag hoe de kwaliteit van ouderenzorg in de toekomst behouden kan blijven in de provincie Groningen. Een efficiëntere organisatie van en betere samenwerking in de keten zijn belangrijke voorwaarden. Maar hoe ziet de keten van ouderenzorg er eigenlijk uit in Groningen? Welke opgaven en inspirerende initiatieven zijn er? En hoe beleven ouderen en mantelzorgers de zorg en ondersteuning?
In het onderzoeksrapport ‘Kijk op de Keten’ Ouderenzorg in Groningen belicht Sociaal Planbureau Groningen knelpunten en opgaven in de hele zorgketen, van preventie tot langdurige zorg. Hiervoor zijn meer dan 100 ouderen, mantelzorgers, zorgprofessionals, bestuurders en andere deskundigen bevraagd.
In het magazine ‘Ouderen en Mantelzorgers’ vertellen ouderen en mantelzorgers zelf over wat ze vinden van de zorg en ondersteuning die ze krijgen. BRON CMO STAMM – maart 2019 – https://sociaalplanbureaugroningen.nl/ouderenzorg/
Lees meer in Ouderenzorg in de provincie Groningen – Knelpunten opgaven en inspirerende initiatieven CMO STAMM 2019 en Ouderen en Mantelzorgers vertellen over de zorg en ondersteuning in Groningen en Drenthe CMOSTAMM 2019

Loket Gezond Leven – dossier Gezond en Vitaal ouder worden
Ouderen wonen steeds langer zelfstandig thuis en willen regie blijven houden over het eigen leven. Tegelijkertijd worden zij geconfronteerd met problematiek als eenzaamheid en beperkingen in mobiliteit. Inzetten op preventie bij ouderen kan ertoe bijdragen dat deze problemen uitblijven of verminderen en de eigen regie of zelfredzaamheid wordt versterkt.

Met het dossier Gezond en Vitaal ouder worden wil het Loket Gezond Leven de preventieve zorg voor ouderen stimuleren. Dit doen zij door het delen van onderzoek, interventies, actuele ontwikkelingen, goede voorbeelden en praktische materialen. Zo vindt u in dit dossier informatie over hoe u concreet aan de slag kunt gaan met preventieve zorg voor ouderen. Wat u kunt doen aan vroegopsporing? Hoe houdt u rekening met kwetsbare groepen?

U leest hoe u ouderen betrekt en ook vindt u informatie over een thema als dementie. Er staan feiten en cijfers over en van het aantal ouderen; ook per gemeente.

Er wordt inzicht gegeven in leefstijl (bijv. bewegen en alcoholgebruik) maar ook zijn de percentages eenzaamheid bekend.

Er staan voorbeelden van gezond en vitaal ouder worden. wat ouderen zelf vinden dat zij nodig hebben en hoe ouderen bereikt kunnen worden. Meer informatie op https://www.loketgezondleven.nl/ouderen

Eenzaamheid
Eenzaamheid wordt beschouwd als een probleem in de vergrijzende samenleving. Het lijkt een hardnekkig verschijnsel waar geen eenvoudige oplossingen voor bestaan. Om vereenzaming van mensen in de samenleving te kunnen bestrijden, zullen we het verschijnsel eerst beter moeten leren kennen. Heeft eenzaamheid bijvoorbeeld met ouderdom te maken? Zijn mensen die hulp nodig hebben vatbaarder voor vereenzaming? Beschermt een grote vriendenkring tegen eenzaamheid? Maakt vereenzaming mensen ongelukkig?
Het SCP deed onderzoek. Deze studie biedt inzichten in de ontwikkeling van eenzaamheid in de samenleving en bij individuele burgers. In het bijzonder bij drie kwetsbare groepen, namelijk: ouderen, verpleeghuisbewoners en mensen die zich melden bij de WMO voor ondersteuning. Tevens verkent deze studie de achterliggende factoren die samen leiden tot sterke gevoelens van eenzaamheid. Lees meer in Kwetsbaar en eenzaam – Risicos en bescherming in de ouder wordendende bevolking SCP

Een eenzaam mens help je met een bezoekje – zou je denken, maar de geleerden denken daar net even anders over. Eenzaamheid blijkt een complex probleem dat je eerst stevig moet doorgronden en waarna je vervolgens alleen genoegen mag nemen met bewezen werkende oplossingen. Is het heus zo ingewikkeld?
Lees meer in Reportage – Eenzaamheid en het nut van Bingo jan 2019

Meer informatie ook in de handreiking voor een lokale aanpak: Lokale-aanpak-eenzaamheid-handreiking-coalitie-erbij-2018
Hoe signaleer je eenzaamheid:  Signaleringskaart eenzaamheid coalitieerbij
Wat is mogelijk zoals ontmoetingen:  Coalitie-erbij-2018-inspiratiebrochure Ontmoetingen
Wat kun je verwachten van vrijwilligers: Complexe verwachtingen Vrijwillige maatjes voor eenzame ouderen Movisie UVH
Er is nog veel werk te verzetten:  Movisie – Buro Omlo 2017 Nog een wereld te winnen
Ben je voldoende geschoold ? :  folder Verbinden met eenzaamheid Training Movisie

Ouderen nemen zelf ook het initiatief; ook als dat moeite kost. Lees meer in Ik vroeg mezelf af – Is dit nou het einde van het leven voor mij verdriet waarin twee oudere mensen vertellen hoe zij de draad weer hebben opgepakt. Ook voorbeelden van projecten preventie eenzaamheid in Friesland die ook in andere provincies te vinden zijn (juni 2019).

Onderbelichte aspecten van eenzaamheid – Vijf experts aan het woord – Juni 2019
Eenzaamheid wordt als een belangrijk sociaal vraagstuk gezien. Toch was deze aandacht voor het vraagstuk er niet altijd. Het eerste advies van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) over eenzaamheid kwam uit in 1997. Na dit advies is de aandacht voor eenzaamheid als sociaal probleem in Nederland gegroeid. In dit essay van Movisie geven vijf experts antwoord op de vraag: Waar zouden we meer aandacht aan moeten besteden bij het aanpakken van eenzaamheid?
Voor allen geldt eigenlijk – voor de een wat sterker dan voor de ander – dat ze dat én én doen, dus zowel een praktische als een meer theoretische bijdrage leveren aan het doorgronden en ‘aanpakken’ van eenzaamheid. Lees meer in Onderbelichte-aspecten-eenzaamheid-essays MOVISIE juni 2019

Coalitie Erbij
Omdat eenzaamheid zo veel voorkomt, is in 2008 Coalitie Erbij opgericht maar heeft haar werk per 1 januari 2019 beëindigd. Coalitie Erbij was een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties, die ieder op eigen wijze een maatschappelijke rol spelen om eenzaamheid te bestrijden. Samen bundelden de coalitieleden hun krachten om mensen die zich eenzaam voelen of dreigen te vereenzamen te steunen.

Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid
De Nationale Coalitie is hét samenwerkingsverband tegen eenzaamheid. Er zijn landelijke organisaties en overheidsinstellingen bij aangesloten. Alle deelnemers aan de Coalitie komen direct in contact met ouderen; mogelijk zelfs achter hun voordeur. Ze zijn ook landelijk vertegenwoordigd en hierdoor bekend in alle provincies en gemeenten.
Deelnemers zijn: bedrijven, culturele- en religieuze instellingen, gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen en maatschappelijke organisaties.

Het doel van de Coalitie is een brede beweging op gang brengen, die:
Maatschappelijke aandacht creëert voor eenzaamheid onder ouderen
Het taboe op eenzaamheid doorbreekt en bespreekbaar maakt
Een trendbreuk teweegbrengt zodanig dat wij in de samenleving meer- en meer vanzelfsprekend- naar elkaar omkijken.

Meer informatie op  https://www.eentegeneenzaamheid.nl/

Appingedam – Damster coalitie tegen de eenzaamheid
59 organisaties en verenigingen, van zowel vrijwilligers als professionals, hebben in september 2017 in Appingedam het manifest tegen de eenzaamheid getekend. De partijen vormen de Damster coalitie tegen de eenzaamheid. Een initiatief van de Gemeente Appingedam en ASWA. Eenzaamheid is een groeiend maatschappelijk probleem. De deelnemers zetten zich in op het signaleren van eenzaamheid en het participeren in het netwerk dat bijdraagt aan het oplossen van de eenzaamheid. Meer informatie bij de ASWA https://aswa-welzijn.nl/ en activiteiten voor ouderen op https://aswa-welzijn.nl/ouderen/ en kijk op de film van november 2018 wat zij in dat afgelopen jaar gedaan hebben.

https://youtu.be/ofENtccR9a0

Burgerinitiatieven – Coalitie tegen eenzaamheid in Dronten
In de gemeente Dronten ( ook een voorbeeld; in veel gemeenten zijn of activiteiten al dan niet met een plan van aanpak) heeft de werkgroep eenzaamheid ( ontstaan uit twee burgerinitiatieven) een notitie gemaakt in september 2018 die in maart 2019 heeft geleid tot een coalitie en startdocument gemeente Dronten.
Lees meer in Coalitie en startdocument Eenzaamheid Dronten ZamenEen  en Eenzame senioren in Dronten

Eenzaam maar niet zielig – Onderzoek Garmerwolde – maart 2019
De samenleving vergrijst in hoog tempo. Daardoor komt ook meer aandacht voor eenzaamheid onder ouderen. Een onderwerp waar nog steeds een taboe op rust. Ook is nog lang niet duidelijk wat de beste manier is om dit probleem aan te pakken. Het typische beeld van iemand die verpietert achter zijn geraniums is lang niet altijd aan de orde. Uit een onderzoek in Garmerwolde (maart 2019) blijkt ook dat eenzaamheid is in sommige gevallen gewoon onvermijdelijk. Als bij iemand op hoge leeftijd het oude sociale netwerk wegvalt door het overlijden van mensen dan is er soms geen behoefte meer om een heel nieuw netwerk aan te gaan. Uit het onderzoek zijn twee belangrijke conclusies te trekken. Wanneer iemand eenzaam is, moet een gesprek de eerste stap zijn. De gesprekspartners moeten daarbij een gelijkwaardige basis hebben. Zonder het stempel van eenzaam op een van de deelnemers te drukken. Met aandacht zijn voor karaktereigenschappen en gedeelde interesses leg je de basis voor een betekenisvolle omgang en kun je eenzaamheid op een goede manier aanpakken. Daarnaast is uit het onderzoek naar voren gekomen dat het belangrijk is om eenzaamheid te destigmatiseren. Mensen durven misschien niet zo snel toe te geven dat ze eenzaam zijn omdat de omgeving niet wil accepteren dat eenzaamheid voorkomt. Door het begrip bespreekbaar te maken creëer je ruimte om het taboe te doorbreken. Eenzaamheid is soms onvermijdelijk en is niet altijd negatief. Eenzame mensen zijn niet altijd zielig. Lees meer  in de samenvatting Eenzaamheid en sociale netwerken onder 65plussers in Garmerwolde  en de artikelen Een betekenisvolle relatie helpt tegen eenzaamheid  en  Eenzaam maar niet zielig

Het gesprek over eenzaamheid in de wijk aangaan
Gemeenten zijn bezig om met lokale coalities tegen eenzaamheid te kijken hoe je eenzaamheid aan kunt pakken. In die coalities zitten direct betrokkenen, zoals professionals, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers, ondernemers en vaak ook ervaringsdeskundigen. Helaas is eenzaamheid over vijf jaar niet uitgebannen. Het begint met mensen die goed getraind zijn om met eenzaamheid om te gaan. Lees meer in We moeten het gesprek over eenzaamheid in de wijk aangaan

Aspecten van eenzaamheid – Meer bewegen maakt niet minder eenzaam bij lichamelijke beperkingen
Als het over eenzaamheid gaat, zijn we nog el eens geneigd de oplossing te zoeken in meedoen aan allerlei activiteiten. We gaan daarbij er soms aan voorbij dat eenzaamheid meerder aspecten heeft zoals:
Sociale eenzaamheid
– Minder contact hebben met andere mensen dan je wenst
– Er is een sociale behoefte
Emotionele eenzaamheid
– Het missen van een hechte, intieme band
– Met andere personen
– Er is een emotionele behoefte
Existentiële eenzaamheid
– Er ontbreekt een zin duidend leven
‘Je kunt leuke contacten hebben, maar toch een diepe band missen met andere mensen. Het gaat dus om zowel sociale als emotionele eenzaamheid.’
Meer bewegen helpt tegen eenzaamheid, dat is bekend. Een lichamelijke beperking doet dit positieve effect echter helemaal teniet, blijkt nu uit onderzoek onder oudere alleenstaanden. Lees meer in Meer bewegen maakt niet minder eenzaam bij lichamelijke beperking

Groninger Panel – Zorgbehoefte en gezondheidsvaardigheden zelfstandig wonende senioren – Sociaal Planbureau Groningen – december 2018

De meerderheid van de senioren is positief over hun gezondheid. Ook zijn ze positief over het langer zelfstandig wonen. Meer aandacht is nodig voor senioren met lage gezondheidsvaardigheden en senioren in de leeftijd 75-plus.  Zij ervaren meer gezondheidsproblemen en bezoeken vaker de huisarts of medisch specialist. Steeds meer senioren blijven het liefst zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal Planbureau Groningen (december 2018). Lees meer in Groninger Panel – Zorgbehoefte en gezondheidsvaardigheden zelfstandig wonende senioren

SCP Rapportage sociaal domein: eenzaamheid WMO-gebruikers toegenomen – december 2018
In 2017 voelde 20% van de mensen in de WMO zich zeer eenzaam. Bij mensen die daarnaast nog van een voorziening in de Participatiewet of de Jeugdwet gebruik maakten (multi-gebruikhuishoudens) was dat 22%.

Dit blijkt uit de derde SCP-rapportage over de ontwikkelingen in het sociaal domein. Een ander zorgpunt is dat steeds minder mensen verwachten een beroep te kunnen doen op hun netwerk. Slechts 15% van de mensen in de Wmo verwacht hulp te krijgen. Ook denkt ongeveer 20% van de mensen die geen voorziening gebruiken dat zij bij problemen geen hulp kunnen krijgen van hun netwerk.

 

De beleidsaanname dat mensen juist een groter beroep op hun netwerk kunnen doen, wordt door deze cijfers dus niet ondersteund.
Lees meer in  SCP Overall rapportage sociaal domein 2017 – Wisselend bewolkt   in de Infographic – Burgers geholpen
Meer informatie op de website https://www.scp.nl met ook een infographic (Bron SCP december 2018).

Overheid, borg dementiezorg – Nationale Ombudsman – 21 november 2018
Mensen met dementie en hun mantelzorgers lopen bij de overheid tegen onredelijke drempels op. Verder blijven ze verstoken van de benodigde ondersteuning met een casemanager. Dit schrijft Nationale ombudsman Reinier van Zutphen 21 november in zijn rapport Borg de Zorg.

Hij roept de minister van VWS op om deze doelgroep één loket voor zorg en ondersteuning te geven. ‘Dementie brengt al meer dan genoeg zorgen en verdriet met zich mee. Draag daarom óók als overheid bij aan een dementievriendelijke samenleving’, aldus ombudsman Van Zutphen.

Aanbevelingen
De Nationale ombudsman vindt dat mensen met dementie en hun mantelzorgers één loket toegewezen moeten krijgen voor al hun zorg en ondersteuning. Daarnaast vindt hij dat vóór en na de diagnose goede, praktische informatie beschikbaar moet zijn. Passende dagbesteding en respijtzorg moet beschikbaar komen en één vaste, professionele begeleider voor iedereen die dat nodig heeft. De procedure om iemand met dementie op te mogen nemen in een gesloten afdeling van een verpleeghuis, moet zorgvuldig zijn.
Meer informatie op https://www.nationaleombudsman.nl en in het  Rapport Nationale Ombudsman – Borg de zorg – Onderzoek naar knelpunten mensen met dementie – november 2018

Programma Langer Thuis van VWS
In het Programma Langer Thuis van VWS 18 juni 2018 worden de ontwikkelingen bij de ouderen beschreven. Meer vitaal en zelfredzaam maar tegelijk ook meer complexe zorg maar ook langer thuis willen en kunnen blijven wonen (92 pct. met minder ouderen in een verpleeghuis met een verdere daling van 16 pct. in 1995 naar 8 pct. in 2018 en in de nabije toekomst 5 a 6 pct. Technologie en domotica dragen daaraan bij.

De ene oudere is de andere niet: van vitaal en zelfredzaam tot kwetsbaar en afhankelijk

De meeste ouderen zijn vitaal: ze worden ouder en blijven langer gezond. Veel van de huidige en de toekomstige 75-plussers zijn zelfredzaam. Het is voor hen geen probleem om de nodige aanpassingen in hun ondersteuning, zorg of woning te regelen, zelfs als zij een ziekte of beperking krijgen. Een kwart van de ouderen heeft echter het gevoel geen grip op het leven te hebben. Met de leeftijd neemt echter voor zowel vitale als kwetsbare ouderen de kans toe om afhankelijk te worden van ondersteuning en zorg. Het aantal kwetsbare ouderen stijgt van 700.000 personen tot 1 miljoen in 2030. Van de zelfstandig wonende 75-plussers is ruim een derde kwetsbaar en van de 80-plussers is dit zelfs de helft, een aandeel dat verder zal oplopen.

Ouderen wonen langer en vaker zelfstandig…

Tegenwoordig blijven steeds meer ouderen in Nederland zelfstandig wonen en neemt het percentage 75-plussers dat in een verpleeghuis woont verder af. Van 1995 tot heden daalde dit van 16 procent naar 8 procent, en in de nabije toekomst stabiliseert dit zich tot 5 à 6 procent. Maar liefst 92 procent van de huidige 75-plussers woont dus zelfstandig. Van de 90-plussers woonde in 2015 slechts 32 procent in een instelling, en volgens het CBS zal dit in 2035 tot onder de 20 procent gedaald zijn. Deze cijfers weerspiegelen de ontwikkeling dat ouderen meer en meer de eigen regie over hun leven willen houden.

Deze trend wordt ondersteund doordat het gebruikelijker wordt om woningen aan te passen aan de levensloop (zoals het vervangen van het bad door een kuip of door het installeren van trapliften), door nieuwe en betaalbare technologie (zoals sensoren of domotica) en door meer en beter betaalbare persoonlijke diensten (zoals bezorgen van boodschappen of huishoudelijke diensten). De overheid heeft de trend gestimuleerd en ook mogelijk gemaakt dat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen, onder meer door ervoor te zorgen dat zij in hun eigen buurt terecht kunnen voor hulp.

…en gebruiken meer complexe zorg thuis

Door de extramuralisering maken meer ouderen gebruik van ondersteuning en zorg aan huis. Ouderen hebben te maken met meerdere aandoeningen: 80 procent van de 75-plussers heeft twee of meer chronische ziekten. De levensverwachting van ouderen neemt toe, wat ook een stijging met zich meebrengt in het aantal ouderen met een geriatrische aandoening: vallen, geheugenproblemen en dementie, gezichts- en gehoorstoornissen, beperkingen in het dagelijks functioneren, incontinentie, depressie, eenzaamheid en polyfarmacie (het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd). Dit alles leidt tot een complexere zorgbehoefte. Uit cijfers over het zorggebruik blijkt dan ook dat ongeveer een kwart van de 75-plussers zorg uit meerdere domeinen gebruikt. Vanaf 2012 zien we dat meer ouderen een beroep doen op de wijkverpleging in combinatie met medisch-specialistische en eerstelijnszorg. Deze ouderen met een complexe zorgbehoefte komen ook regelmatig in aanraking met vormen van tijdelijk verblijf, zoals eerstelijnsverblijf, of maken een crisisopname mee. Lees meer in het Programma langer thuis VWS juni 2018

Ondersteuningsaanbod Langer Thuis
Het programma Langer Thuis van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft als doel dat ouderen in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud kunnen worden met een goede kwaliteit van leven. Dat gebeurt voor een belangrijk deel lokaal en regionaal.
Het programma wil lokale en regionale partijen (o.a. zorgverleners, zorgaanbieders, sociale wijkteams, welzijnswerkers, gemeenten, woningcorporaties en verzekeraars) ondersteunen.
De ondersteuningsmaatregelen zijn gericht op:
1. Goede ondersteuning en zorg thuis
2. Ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers
3. Geschikte woonsituatie
Ook heeft het programma als doel om bestaande projecten op bovenstaande 3 onderwerpen te helpen versnellen. Lees meer in de  Factsheet Ondersteuningsaanbod regios Programma Langer Thuis februari-2019  (april 2019) of op de video

https://youtu.be/rGh8qktNou4

Themarapport dementie en dementiezorg: Meer ondersteuning nodig voor mantelzorger
Begeleiding door een casemanager is van groot belang voor veel mantelzorgers om de zorg thuis vol te houden. De casemanager is een vast aanspreekpunt voor de persoon met dementie en voor de mantelzorgers. Meer over de behoeften aan zorg én het zorgaanbod staat in het rapport “Naar een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg”. Dit rapport geeft een overzicht van bestaande informatie over dementie en dementiezorg.

Uit het rapport blijkt dat er verbeterpunten zijn. Informatie over dementie en dementiezorg is niet altijd vindbaar en het aanbod aan dagopvang sluit niet altijd aan bij behoeften. Ook zijn er in sommige regio’s wachtlijsten voor casemanagement, terwijl veel mantelzorgers aangeven dat ondersteuning door een casemanager van belang is om de zorg thuis te kunnen blijven volhouden.

In Nederland wordt in beleid en praktijk veel geïnvesteerd in goede zorg en ondersteuning bij dementie. Toch zijn er signalen dat de belasting van mantelzorgers de laatste jaren stijgt. Vooral partners van thuiswonende mensen met dementie geven aan dat het onderhouden van sociale contacten of andere vormen van maatschappelijke participatie moeilijk is door de zorg voor hun naaste.
Over behoeften en ervaringen van mantelzorgers is relatief veel bekend. Of mensen met dementie zelf het ook belangrijk vinden om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen als hun problemen verergeren, is echter nog onbekend.

Naar schatting zijn er momenteel in Nederland tussen de 254.000 en 270.000 mensen met dementie. Van hen is vijf tot tien procent jonger dan 65 jaar.

Door de vergrijzing zal het aantal mensen met dementie tussen 2015 en 2040 mogelijk verdubbelen. Het themarapport geeft een overzicht van landelijke gegevens en kennishiaten over dementie en dementiezorg en is geschreven in opdracht van het ministerie van VWS. Het rapport maakt deel uit van de Staat van Volksgezondheid en Zorg; zie ook https://www.staatvenz.nl  ; een samenwerking tussen Nivel, RIVM, Trimbos-instituut, Centraal Bureau voor de Statistiek, het Sociaal en Cultureel Planbureau en andere kennisorganisaties. Lees meer in Een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg NIVEL 2018

Programma Thuis in het Verpleeghuis VWS en Kwaliteitskader verpleeghuizen
Als iemand uiteindelijk is aangewezen op een verpleeghuis, willen mensen ook graag naar een omgeving waar zij zich thuis en veilig voelen.
In het Programma Thuis in het Verpleeghuis VWS-april 2018 wordt met de subtitelwaardigheid en trots het programma verwoord dat voor de toekomst nodig is.
Ouderen blijven steeds langer thuis wonen, in hun eigen omgeving, met hun partner of andere naasten. Als iemand uiteindelijk is aangewezen op een verpleeghuis, komt dat omdat er thuis te weinig grip meer op het leven is, bijvoorbeeld door een combinatie van toenemende medische problemen en het wegvallen van een partner. De verhuizing naar een verpleeghuis is meestal een “ongewenste keuze”. Het moeten achterlaten van de vertrouwde omgeving gaat vaak gepaard met veel verdriet.
In het verpleeghuis komen zorg, wonen, welzijn en behandeling samen. Verpleeghuiszorg kan door die samenhang zekerheid bieden. Ouderen en hun verwanten moeten er dan wel op kunnen vertrouwen dat zij in het verpleeghuis van hun keuze de aandacht en zorg krijgen die zij nodig hebben. Er zijn behoorlijke verschillen zijn tussen zorgorganisaties. Terwijl sommige
persoonsgerichte zorg van hoge kwaliteit leveren, hebben andere moeite om de veiligheid te borgen. Soms zijn er niet genoeg zorgverleners om de zorgtaken goed uit te voeren, om genoeg aandacht voor de bewoner te hebben en daarmee bij te dragen aan een waardige laatste levensfase. Bovendien worden zorgverleners in hun werk soms gehinderd door verouderde werkwijzen, onvoldoende ruimte voor professioneel handelen of te veel administratieve lasten. Er is een omslag nodig zodat de kwaliteit op alle locaties hoog is.

Mede op basis van goede voorbeelden heeft het Zorginstituut in 2017 het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vastgesteld. Dit kwaliteitskader vormt het unieke markeringspunt voor de noodzakelijke omslag. In het kwaliteitskader is aangegeven wat bewoners en hun familie mogen verwachten.

De meerjarige opdracht is om ervoor te zorgen dat er voldoende tijd, aandacht en goede zorg is voor alle bewoners. Lees meer in het Programma Programma Thuis in het Verpleeghuis VWS juni 2018 en het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg Zorginstituut 2017 .

Monitor Zorg voor ouderen – april 2018
Het aantal ouderen in Nederland neemt steeds meer toe en de gezondheid van ouderen verschilt behoorlijk. Er zijn veel ouderen die tot op hoge leeftijd gezond blijven, maar er zijn ook ouderen die veel zorg en ondersteuning nodig hebben. Maar welk deel van de Nederlandse ouderen is vitaal en welk deel heeft (zware) zorg nodig? Hoe hangen de uitgaven aan zorg samen met het gebruik? Is er al een effect zichtbaar van het beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen?

De Nederlandse Zorgautoriteit heeft een Monitor Zorg voor Ouderen uitgebracht.
Het antwoord op deze vragen geeft handvatten om het beleid en daarmee de zorg te verbeteren. Meer inzicht in het zorggebruik en de zorgkosten van ouderen is daarvoor nodig. In deze monitor staat het zorggebruik van alle ouderen in Nederland zoals de huisartsenzorg, medicijngebruik, ziekenhuiszorg, wijkverpleging, ondersteuning via de gemeente en de langdurige zorg. Om nog beter inzicht te krijgen in het zorggebruik, zijn de ouderen in naar groepen met vergelijkbaar zorggebruik ingedeeld. Hierdoor is bijvoorbeeld het verschil te zien tussen het zorggebruik van ouderen die thuis wonen en ouderen die in een verpleeghuis wonen.

Samenvatting – Zorg voor ouderen in beeld; overgrote deel ouderen woont thuis – april 2018
Het merendeel van de ouderen heeft weinig zorg nodig. Slechts een klein deel heeft veel zorg nodig. Twintig procent van de ouderen gebruikt tachtig procent van de zorguitgaven voor ouderen. Dat blijkt uit de eerste Monitor zorg voor ouderen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De meeste 65-jarigen zijn vitaal en gebruiken nauwelijks meer zorg dan de gemiddelde Nederlander. Maar de gemiddelde zorgkosten stijgen sterk met de leeftijd. Voor 85-plussers liggen de gemiddelde kosten vier keer hoger dan de kosten voor mensen tussen 65 en 75 jaar. 48% van de totale zorguitgaven gaan naar ouderen.
De aard van de zorg verandert. Meer dan de helft van de ouderen maakt gebruik van ziekenhuiszorg. Dan gaat het vaak om intensieve behandelingen. Deze vormt een belangrijk deel van de uitgaven. Bij ouderen tot 75 jaar is ziekenhuiszorg ongeveer 33% procent van de kosten. Met de leeftijd neemt het gebruik van ziekenhuiszorg af en de wijkverpleging en langdurige zorg toe. Boven de 75 jaar zijn dit de belangrijkste zorgvormen. Voor ouderen boven de 85 zijn de kosten voor wijkverpleging en langdurige zorg bijna 75% van het totaal voor deze leeftijdsgroep.
Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis. Ook van de 85-plussers woont zeventig procent nog thuis, vaak met ondersteuning van wijkverpleging. Zes procent van de ouderen woont in een verpleeghuis. Het gaat om 189.000 mensen. Veertig procent van de uitgaven aan zorg voor ouderen gaat naar deze groep. Sinds 2012 is het aantal mensen in een verpleeghuis gedaald, maar de bewoners hebben gemiddeld wel zwaardere zorg
Dit is de eerste monitor die de NZa uitbrengt over de ouderenzorg. Zij brengen het totale zorggebruik in kaart voor alle verzekerden boven de 65 jaar. Het gaat om zorg die betaald wordt uit de zorgverzekeringswet, wet langdurige zorg en de wet maatschappelijke ondersteuning. Lees meer in de Monitor Zorg voor Ouderen 2018 en over de NZA op https://www.nza.nl/ .

Langer thuis wonen leidt niet altijd tot lagere sterfte en zorgkosten
Veel hervormingen in de ouderenzorg zijn erop gericht om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen in plaats van in een instelling. Het idee hierachter is dat er thuis net zo goed voor ouderen gezorgd kan worden, en zeker een stuk goedkoper. Maar is dat eigenlijk wel zo? Thuiszorg of zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis: voor veel ouderen maakt het nauwelijks uit. Ze leven thuis niet langer en hebben ongeveer even hoge zorgkosten.

Uit een studie van het RIVM, het CPB en de Erasmus Universiteit blijkt dat voor een grote groep ouderen het qua sterfte en zorgkosten nauwelijks uitmaakt of ze een indicatie krijgen voor thuiszorg of intramurale zorg. Dit blijkt uit een analyse van indicaties voor intramurale zorg die tussen 2009 en 2013 zijn gesteld. Voor ongeveer 50 duizend ouderen boven 65 jaar die voor het eerst zo’n indicatie aanvroegen, is gekeken naar sterfte, zorgkosten en ziekenhuisgebruik. De uitkomsten van deze studie zijn gepubliceerd in het tijdschrift Economisch Statistische Berichten. Lees meer op https://www.rivm.nl en in Thuiszorg is niet altijd goedkoper dan verpleeghuiszorg .

Ouderen opeenstapeling van gezondheidsproblemen VTV 2018
Een deel van de ouderen bevindt zich door een opeenstapeling van chronische aandoeningen en andere medische en sociale problemen in een kwetsbare situatie (Bron VTV 2018 Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) geeft inzicht in de belangrijkste toekomstige maatschappelijke opgaven op het gebied van ziekte en gezondheid, gezondheidsdeterminanten, preventie en gezondheidszorg in Nederland).
Deze groep wordt groter in de toekomst. Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben vaker een ongezonde leefstijl. Ook hebben zij vaker te maken met sociale problemen, die stress met zich meebrengen. Negatieve effecten van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als robotisering en digitalisering treffen vooral laagopgeleiden. Dit kan de sociale problemen en stress in deze groep versterken. Vaak moeten eerst deze achterliggende sociale problemen worden opgelost, voordat er ruimte ontstaat om aan een gezonde leefstijl te werken. Lees meer in Ouderen opeenstapeling van gezondheidsproblemen

Zicht op de WMO 2015 Ervaringen van melders – mantelzorgers – gespreksvoerders
Het rapport ‘Zicht op de WMO 2015’ geeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in 2017 een beeld van wat er goed gaat en wat (nog) niet als het gaat om de toegang tot zorg en ondersteuning.

Ook vanuit andere hoeken worden de zogeheten keukentafelgesprekken onder de loep genomen. En niet voor niets, want het is een kritisch onderdeel in de nieuwe zorg- en ondersteuningsstructuur voor inwoners. Wat kunnen professionals in de uitvoering verbeteren en wat kun je als gemeente doen? Lees meer in SCP Zicht op de Wmo 2015 en 8 tips voor betere keukentafelgesprekken .

Cliëntervaringsonderzoek WMO bij de gemeenten in Groningen 2017
Ruim veertigduizend Groningers hebben een ‘maatwerkvoorziening’ op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Inwoners die voor zo’n voorziening in aanmerking willen komen, gaan eerst in gesprek met de gemeente over hun hulpvraag. In het gesprek staat centraal wat zij nodig hebben om zelfstandig te blijven wonen en mee te blijven doen in de samenleving.

Het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek WMO laat zien hoe inwoners dit gesprek en de WMO-ondersteuning ervaren. Daarnaast geeft het gemeenten informatie over hun eigen prestaties. Verreweg de meeste van de ruim veertigduizend Groningers met een WMO-maatwerkvoorziening hebben positieve ervaringen met het contact met de gemeente en met de kwaliteit en effectiviteit van de ontvangen ondersteuning. Er zijn echter ook een paar duizend mensen met zo’n voorziening die minder positief zijn. Daarbij zijn mensen die moeite hebben met de hoogte van de eigen bijdrage en mensen met een overbelaste mantelzorger oververtegenwoordigd. Van de onafhankelijke cliëntondersteuning, die gemeenten gratis beschikbaar stellen, wordt nauwelijks gebruik gemaakt. Lees meer in het SCP Feitenblad-Cliëntervaring-Wmo-2017

SCP Informele hulp- wie doet wat in 2014
In het onderzoek gaat het om de stand van zaken van de informele hulp in Nederland en de bereidheid tot het geven van hulp.

De centrale vragen van dit deelonderzoek waren:
– wat is de aard en omvang van de informele hulp;
– bij welke groepen is de bereidheid om (meer of andere) informele hulp te geven groter dan bij andere groepen;
– met welke kenmerken hangt het (willen en kunnen) geven van hulp samen;
– wat zijn de gevolgen van het geven van informele hulp, bijvoorbeeld in termen van ervaren belasting en kwaliteit?

Lees meer in SCP Informele hulp- wie doet wat in 2014 en de SCP Factsheet SCP Factsheet Informele hulp 2016 .

Vrijwilligerswerk – Activiteiten en duur en motieven – CBS 2018
Bijna de helft van de Nederlanders van 15 jaar en ouder gaf in 2017 aan zich minstens een keer per jaar ingezet te hebben als vrijwilliger.

Drie op de tien zeiden in de vier weken voorafgaand aan het interview nog vrijwilligerswerk te hebben gedaan.
Gemiddeld besteedt een vrijwilliger 4,5 uur per week aan vrijwilligerswerk.

Deze aandelen zijn al sinds 2012 vrij stabiel. Welke bevolkingsgroepen zetten zich vooral in als vrijwilliger? In welke regio’s en steden zijn veel vrijwilligers te vinden? Welke activiteiten verricht men als vrijwilliger? Wat is de voornaamste reden van vrijwilligers om zich kosteloos in te zetten voor een organisatie of vereniging? En hoe tevreden zijn ze met hun vrijwilligerswerk? De antwoorden leest u in Vrijwilligerswerk – Activiteiten en duur en motieven – CBS 2018

Zorgcoöperatie beschouwt demente niet als wilsonbekwaam
Burgerinitiatieven in de ouderenzorg hebben zeker kans van slagen. Dat bewijst een Brabantse zorgcoöperatie. Al laat die ook zien wat knelpunten blijven: de strikte medische oriëntatie in de ouderenzorg en de marktwerking maar ook aandacht voor mensen met dementie om hen een zo prettig mogelijk leven te gunnen.

Het Brabantse Hoogeloon is koploper want daar werd in 2005 om de inwoners zo lang mogelijk in hun eigen dorp te laten wonen, de eerste zorgcoöperatie opgericht. Lees meer in  Zorgcoöperatie beschouwt demente niet als wilsonbekwaam   en op https://www.socialevraagstukken.nl/ en http://zorgcooperatie.nl/ .

Van dorpsbewoners wordt teveel verwacht
Van actieve burgers wordt verwacht dat zij met gezamenlijke inzet en vrijwilligerswerk hun leefomgeving leefbaar houden. Vooral voor dorpen zijn de verwachtingen van de overheid hooggespannen. Maar zijn de dorpelingen daar wel toe bereid? Lees meer in  Van dorpsbewoners wordt teveel verwacht  . en op https://www.socialevraagstukken.nl/  met publicaties  en debatten van  onderzoekers en deskundigen op basis van data en empirie over maatschappelijke kwesties.

De Zorgagenda voor een gezonde samenleving
De RVS ging in gesprek over De Zorgagenda voor een gezonde samenleving.

Ruim 17.000 patiënten, cliënten, mantelzorgers, vrijwilligers, zorg- en hulpverleners, bestuurders en gemeenten deelden hun dagelijkse ervaringen met de RVS. Ze beschreven hun ideeën over wat er goed gaat en wat er nog beter kan in de zorg en hulp in Nederland.

Lees meer in  De Zorgagenda voor een gezonde samenleving  en op https://www.raadrvs.nl

Heft in eigen hand – Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen
Steeds meer mensen verdwalen in de zorg. De organisatie van de zorg is niet ingericht op patiënten en cliënten die meerdere zorg- en ondersteuningsvragen tegelijkertijd hebben. Dat wringt temeer daar deze groep groeit. Patiënten en cliënten moeten zelf het heft in handen kunnen nemen. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) pleit daarom voor een digitaal, wettelijk geborgd persoonlijk zorgleefplan waarmee patiënten en cliënten zelf zicht kunnen houden op hun zorg en ondersteuning en daarop invloed kunnen hebben. Mensen die dit (tijdelijk) niet willen of kunnen, moeten daarbij ondersteund worden door een gevolmachtigde of een regiebehandelaar.

Steeds meer mensen hebben te maken met een combinatie van fysieke, mentale en sociale problemen. Dat geldt voor ouderen, maar bijvoorbeeld ook voor jongeren en jongvolwassenen met schulden en psychische klachten, en voor mensen met één of meer chronische aandoeningen.

In het advies Heft in eigen hand. Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen laat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) zien dat zorg en ondersteuning steeds minder in instellingsverband wordt geleverd; er is steeds meer sprake van zorg en ondersteuning in netwerken. Verschillende zorg- en hulpverleners zijn betrokken, vanuit verschillende domeinen en organisaties en met wisselende frequentie en duur (soms kort, soms lang). Ook mantelzorgers en vrijwilligers hebben hierin een steeds belangrijker aandeel. Mensen die toch al in een kwetsbare positie verkeren dreigen hierdoor grip te verliezen op hun leven en op de zorg en ondersteuning die ze ontvangen. Ze verdwalen in de zorg, of verliezen het overzicht. Passende antwoorden voor mensen met meerdere problemen zijn immers niet gemakkelijk te geven. Ook spelen grenzen en schotten op, zowel op het niveau van de verschillende stelsels, de financiering, informatie-uitwisseling, kwaliteit en toezicht, als op het niveau van de beroepsuitoefening.

De RVS pleit er zijn advies voor om mensen beter in staat stellen het heft in eigen hand te houden over hun zorg en hulp.

De RVS stelt daarom betere wettelijke verankering van een digitaal persoonlijk zorgleefplan voor. Daarmee kunnen patiënten en cliënten zelf zicht houden op hun zorg en ondersteuning, en daar invloed op hebben. Mensen die dit (tijdelijk) niet willen of kunnen, moeten daarbij ondersteund worden door een gevolmachtigde of een regiebehandelaar. Zo krijgt de ondersteuning vorm op een manier die past bij wat mensen willen en kunnen. Iedereen is immers verschillend en iemands situatie kan plotseling veranderen.

Ook zijn er randvoorwaarden nodig om mensen beter het heft in eigen hand te geven. Het gaat dan onder andere om een adequate informatie- en communicatiestructuur, de mogelijkheid tot het bundelen van budgetten en de noodzaak van ‘grenzenwerk’ door betrokkenen om tot een gezamenlijke, passende aanpak te komen en voorbij de grenzen van de eigen discipline en organisatie te kijken. Dit aspect van het werk vraagt meer aandacht in opleidingen en in de praktijk. Lees meer in  Heft in eigen hand – Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen  en op https://www.raadrvs.nl

Toenemende tevredenheid in 2017 over WMO in Groninger gemeenten
De waardering van cliënten die gebruik maken van de dienstverlening van Groningse gemeenten op het gebied van WMO neemt toe.
Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal Planbureau onder dertien Groningse gemeenten. Ruim 9000 cliënten die gebruik maken van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) werden benaderd. In totaal vulden 4088 van hen het vragenformulier in.

Vier op de vijf cliënten lieten weten dat de ervaringen met de ambtenaren die de regeling uitvoeren positief zijn.

In het onderzoek over 2017 voelde 87 procent van de WMO-cliënten zich serieus genomen door de medewerker die het (toegangs-)gesprek voerde. In 2015 was dat nog 81 procent.

De onderzoekers informeerden naar de hulpvragen waarmee de cliënten op de gemeente afstapten. Meer dan 80 procent daarvan had betrekking op hulp in de huishouding. Andere vragen gingen over collectief vervoer (65 procent), gebruik van scootmobiel of rolstoel, of aangepaste voorzieningen in huis.
Meer dan 80 procent van de deelnemers aan het onderzoek toont zich tevreden met de oplossing die na de gesprekken uiteindelijk uit de bus rolde.
De kwaliteit van de ondersteuning wordt door de cliënten gewaardeerd, zo blijkt. Dat geldt ook voor de ondersteuning die de gemeente hierbij biedt. Gemeenten werken met onafhankelijke cliëntondersteuners.

Nog niet voldoende op de hoogte van cliënt ondersteuning

Het onderzoek toont aan dat 70 procent van de cliënten van de extra service die voorhanden is, niet op de hoogte is. Om voor hulp in aanmerking te komen, moet soms een eigen bijdrage worden betaald. Bij bijna driekwart van de cliënten stuit deze eigen bijdrage niet op problemen.
De gemeente Zuidhorn behaalde de hoogste tevredenheidsscore. ,,De gemiddelde tevredenheid is hier zelfs tegen de 90 procent. Zuidhorn zit hiermee al jaren aan de top” , volgens mevrouw Feitsma. Bron en informatie (juli 2018) SCP Groningen https://sociaalplanbureaugroningen.nl

Handreiking kwetsbare ouderen in de eerste lijn
Al in 2014 was de ouderenzorg is volop in beweging (Bron Vilans). Op veel plaatsen in Nederland proberen mensen deze zorg beter te organiseren. Er zijn veel lokale initiatieven, maar ook grootschalige projecten, zoals het Nationaal Programma Ouderenzorg. Veel is nog in ontwikkeling. Voor mensen uit de praktijk die willen starten met het verbeteren van de ouderenzorg is veel en divers materiaal voorhanden.

De handreiking van Vilans is voor hen bedoeld; als handzaam startdocument.
Net zoals de ontwikkelingen in de ouderenzorg niet klaar zijn, is deze handreiking niet af. Er zullen altijd nieuwe ontwikkelingen zijn die relevant zijn om in een volgende versie op te nemen. En komen er de komende jaren steeds meer wetenschappelijke resultaten uit het NPO beschikbaar. Vilans verwacht in de toekomst ook meer te kunnen zeggen over de rol van welzijn en de samenwerking met gemeenten.
Deze handreiking is tot stand gekomen op initiatief van verschillende personen en partijen uit de extramurale ouderenzorg. En wordt van harte aanbevolen door een aantal experts
Lees meer in de  Handreiking kwetsbare ouderen in de eerste lijn Vilans 2014

Planbureau: overheid overschat oudere in hun financiële speelruimte
Het kabinet gaat er te gemakkelijk van uit dat ouderen, nu het de bedoeling is dat ze langer thuis blijven wonen, ook financieel in staat zijn om hun huis aan de oude dag aan te passen. Dat schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving, een van de belangrijkste adviseurs van het kabinet, in een rapport.
Wat de regeringsadviseurs betreft moet de overheid meer oog hebben voor de financiële speelruimte van ouderen.
Het planbureau heeft uitgerekend dat driekwart van alle ouderen iets in het huis moet aanpassen – bijvoorbeeld een traplift installeren – om er tot op hoge leeftijd te kunnen wonen. Een derde tot de helft van alle ouderen heeft maar beperkte middelen, tot €10.000, om zulke aanpassingen door te voeren. „Dat betekent dat een groot deel van de ouderen zijn hele vermogen moet inzetten om de woning geschikt te maken”, concluderen de rekenmeesters. Die noemen dat „financieel niet heel erg verantwoord”.
Ouderen die hun geld kwijt zijn aan het aanpassen van hun woning, hebben daarna geen geld meer voor regulier onderhoud, of voor het straks verplichte duurzamer maken van hun huis. Bovendien hebben de senioren dan ook geen geld meer achter de hand voor een appeltje voor de dorst, een erfenis voor hun kinderen of urgentere problemen. Lees meer in het artikel van Frans Schilder, Femke Daalhuizen en Carola de Groot (22 augustus 2018)  Krasse knarren kunnen kraken

Veel meer burgers aan de slag met zorgtaken is politiek wensdenken
Martin van Rijn, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kabinet-Rutte 2, kreeg een paar jaar terug veel kritiek bij de hervorming van de langdurige zorg. De kwaliteit van de verpleeghuiszorg liet te wensen over, gemeenten waren nog niet klaar voor de vele taken die ze erbij kregen en er werd gevreesd voor verdere verschraling van de zorg. Bovendien is niet voor iedereen langer thuiswonen het beste alternatief. De landelijke evaluatie van deze hervormingen passeerde vlak voor de zomer betrekkelijk geruisloos. Maar staan we er wel zo goed voor? Lees meer in het opiniërend artikel  Veel meer burgers aan de slag met zorgtaken is politiek wensdenken

Adviesorganen: Kabinet heeft geen oog voor kwetsbaarste mensen – oktober 2018
De Nationale Ombudsman, de Algemene Rekenkamer en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vinden dat het kabinet-Rutte te weinig oog heeft voor duizenden kwetsbare Nederlanders die niet de zorg krijgen die zij nodig hebben.
Het gaat vooral om mensen die langdurige zorg nodig hebben, zoals psychiatrisch patiënten, demente ouderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking. Deze mensen weten volgens de drie instanties vaak de juiste weg naar zorg niet te vinden.
Dit komt enerzijds doordat de overheid hier te weinig informatie over verstrekt en anderzijds doordat het voor burgers vaak heel lastig is de juiste route te vinden in het lastig te doorgronden zorgstelsel.
Groep kwetsbaren wordt groter door de vergrijzing
Zij hebben onderzoek naar het onderwerp gedaan nadat zij, onafhankelijk van elkaar, diverse signalen uit de samenleving hadden ontvangen dat het relatief vaak fout gaat met de zorg van deze kwetsbare groepen. Het baart het drietal ook zorgen dat deze groep de komende jaren door de vergrijzing alleen maar groter zal worden.

Het drietal doet een aantal aanbevelingen om de problemen met deze specifieke groepen op te lossen.
‘Help eerst, maak daarna pas ruzie over rekening’
Zo adviseren zij dat mensen die tot deze groepen behoren en acuut zorg nodig hebben eerst worden geholpen en dat de betrokken partijen zich daarna pas gaan buigen over de rekening.
Nu komt het te vaak voor dat kwetsbare patiënten lang op zorg moeten wachten omdat er geruzied wordt over wie de kosten van die zorg moet dragen. Het instellen van een zogenoemd ‘overbruggingsbudget’ waar deze groep aanspraak op kan maken, zou dit kunnen verhelpen.
Daarnaast zou de overheid moeten proberen het doolhof waar veel patiënten in belanden als zij om zorg vragen te versimpelen, constateren de Ombudsman, de Rekenkamer en het SCP.

Lees meer in Zorgen voor burgers Nationale Ombudsman 14 mei 2018