Mensen met dementie komen ook voor de keuze om langer thuis te blijven wonen of toch naar een verpleeghuis of andere vorm van wonen te gaan. Het zorgbeleid wordt vooral op landelijk niveau vastgesteld. De uitwerking vindt op lokaal – dus in de gemeenten – plaats.

Mensen met dementie GroningenMinder mogelijkheden om thuis te kunnen blijven wonen, kan tot het risico leiden dat een verhuizing naar een verpleeghuis noodzakelijk is. Ook is het aan de gemeenten om hun inwoners – als het thuis niet meer gaat of kan – een alternatief te bieden in een andere vorm van wonen zodat zij zo dicht mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. Immers, daar wonen ook veelal hun buren, hun kennissen en mantelzorgers.

Eenzaamheid
Eenzaamheid wordt beschouwd als een probleem in de vergrijzende samenleving. Het lijkt een hardnekkig verschijnsel waar geen eenvoudige oplossingen voor bestaan. Om vereenzaming van mensen in de samenleving te kunnen bestrijden, zullen we het verschijnsel eerst beter moeten leren kennen. Heeft eenzaamheid bijvoorbeeld met ouderdom te maken? Zijn mensen die hulp nodig hebben vatbaarder voor vereenzaming? Beschermt een grote vriendenkring tegen eenzaamheid? Maakt vereenzaming mensen ongelukkig?
Het SCP deed onderzoek. Deze studie biedt inzichten in de ontwikkeling van eenzaamheid in de samenleving en bij individuele burgers. In het bijzonder bij drie kwetsbare groepen, namelijk: ouderen, verpleeghuisbewoners en mensen die zich melden bij de WMO voor ondersteuning. Tevens verkent deze studie de achterliggende factoren die samen leiden tot sterke gevoelens van eenzaamheid. Lees meer in Kwetsbaar en eenzaam – Risicos en bescherming in de ouder wordendende bevolking SCP

Een eenzaam mens help je met een bezoekje – zou je denken, maar de geleerden denken daar net even anders over. Eenzaamheid blijkt een complex probleem dat je eerst stevig moet doorgronden en waarna je vervolgens alleen genoegen mag nemen met bewezen werkende oplossingen. Is het heus zo ingewikkeld?
Lees meer in Reportage – Eenzaamheid en het nut van Bingo jan 2019

Meer informatie ook in de handreiking voor een lokale aanpak: Lokale-aanpak-eenzaamheid-handreiking-coalitie-erbij-2018
Hoe signaleer je eenzaamheid:  Signaleringskaart eenzaamheid coalitieerbij
Wat is mogelijk zoals ontmoetingen:  Coalitie-erbij-2018-inspiratiebrochure Ontmoetingen
Wat kun je verwachten van vrijwilligers: Complexe verwachtingen Vrijwillige maatjes voor eenzame ouderen Movisie UVH
Er is nog veel werk te verzetten:  Movisie – Buro Omlo 2017 Nog een wereld te winnen
Ben je voldoende geschoold ? :  folder Verbinden met eenzaamheid Training Movisie

Coalitie Erbij
Omdat eenzaamheid zo veel voorkomt, is in 2008 Coalitie Erbij opgericht maar heeft haar werk per 1 januari 2019 beëindigd. Coalitie Erbij was een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties, die ieder op eigen wijze een maatschappelijke rol spelen om eenzaamheid te bestrijden. Samen bundelden de coalitieleden hun krachten om mensen die zich eenzaam voelen of dreigen te vereenzamen te steunen.

Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid
De Nationale Coalitie is hét samenwerkingsverband tegen eenzaamheid. Er zijn landelijke organisaties en overheidsinstellingen bij aangesloten. Alle deelnemers aan de Coalitie komen direct in contact met ouderen; mogelijk zelfs achter hun voordeur. Ze zijn ook landelijk vertegenwoordigd en hierdoor bekend in alle provincies en gemeenten.
Deelnemers zijn: bedrijven, culturele- en religieuze instellingen, gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen en maatschappelijke organisaties.

Het doel van de Coalitie is een brede beweging op gang brengen, die:
Maatschappelijke aandacht creëert voor eenzaamheid onder ouderen
Het taboe op eenzaamheid doorbreekt en bespreekbaar maakt
Een trendbreuk teweegbrengt zodanig dat wij in de samenleving meer- en meer vanzelfsprekend- naar elkaar omkijken.

Meer informatie op  https://www.eentegeneenzaamheid.nl/

Groninger Panel – Zorgbehoefte en gezondheidsvaardigheden zelfstandig wonende senioren – Sociaal Planbureau Groningen – december 2018

De meerderheid van de senioren is positief over hun gezondheid. Ook zijn ze positief over het langer zelfstandig wonen. Meer aandacht is nodig voor senioren met lage gezondheidsvaardigheden en senioren in de leeftijd 75-plus.  Zij ervaren meer gezondheidsproblemen en bezoeken vaker de huisarts of medisch specialist. Steeds meer senioren blijven het liefst zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal Planbureau Groningen (december 2018). Lees meer in Groninger Panel – Zorgbehoefte en gezondheidsvaardigheden zelfstandig wonende senioren

SCP Rapportage sociaal domein: eenzaamheid WMO-gebruikers toegenomen – december 2018
In 2017 voelde 20% van de mensen in de WMO zich zeer eenzaam. Bij mensen die daarnaast nog van een voorziening in de Participatiewet of de Jeugdwet gebruik maakten (multi-gebruikhuishoudens) was dat 22%.

Dit blijkt uit de derde SCP-rapportage over de ontwikkelingen in het sociaal domein. Een ander zorgpunt is dat steeds minder mensen verwachten een beroep te kunnen doen op hun netwerk. Slechts 15% van de mensen in de Wmo verwacht hulp te krijgen. Ook denkt ongeveer 20% van de mensen die geen voorziening gebruiken dat zij bij problemen geen hulp kunnen krijgen van hun netwerk.

 

De beleidsaanname dat mensen juist een groter beroep op hun netwerk kunnen doen, wordt door deze cijfers dus niet ondersteund.
Lees meer in  SCP Overall rapportage sociaal domein 2017 – Wisselend bewolkt   in de Infographic – Burgers geholpen
Meer informatie op de website https://www.scp.nl met ook een infographic (Bron SCP december 2018).

Overheid, borg dementiezorg – Nationale Ombudsman – 21 november 2018
Mensen met dementie en hun mantelzorgers lopen bij de overheid tegen onredelijke drempels op. Verder blijven ze verstoken van de benodigde ondersteuning met een casemanager. Dit schrijft Nationale ombudsman Reinier van Zutphen 21 november in zijn rapport Borg de Zorg.

Hij roept de minister van VWS op om deze doelgroep één loket voor zorg en ondersteuning te geven. ‘Dementie brengt al meer dan genoeg zorgen en verdriet met zich mee. Draag daarom óók als overheid bij aan een dementievriendelijke samenleving’, aldus ombudsman Van Zutphen.

Aanbevelingen
De Nationale ombudsman vindt dat mensen met dementie en hun mantelzorgers één loket toegewezen moeten krijgen voor al hun zorg en ondersteuning. Daarnaast vindt hij dat vóór en na de diagnose goede, praktische informatie beschikbaar moet zijn. Passende dagbesteding en respijtzorg moet beschikbaar komen en één vaste, professionele begeleider voor iedereen die dat nodig heeft. De procedure om iemand met dementie op te mogen nemen in een gesloten afdeling van een verpleeghuis, moet zorgvuldig zijn.
Meer informatie op https://www.nationaleombudsman.nl en in het  Rapport Nationale Ombudsman – Borg de zorg – Onderzoek naar knelpunten mensen met dementie – november 2018

Programma Langer Thuis van VWS
In het Programma Langer Thuis van VWS 18 juni 2018 worden de ontwikkelingen bij de ouderen beschreven. Meer vitaal en zelfredzaam maar tegelijk ook meer complexe zorg maar ook langer thuis willen en kunnen blijven wonen (92 pct. met minder ouderen in een verpleeghuis met een verdere daling van 16 pct. in 1995 naar 8 pct. in 2018 en in de nabije toekomst 5 a 6 pct. Technologie en domotica dragen daaraan bij.

De ene oudere is de andere niet: van vitaal en zelfredzaam tot kwetsbaar en afhankelijk

De meeste ouderen zijn vitaal: ze worden ouder en blijven langer gezond. Veel van de huidige en de toekomstige 75-plussers zijn zelfredzaam. Het is voor hen geen probleem om de nodige aanpassingen in hun ondersteuning, zorg of woning te regelen, zelfs als zij een ziekte of beperking krijgen. Een kwart van de ouderen heeft echter het gevoel geen grip op het leven te hebben. Met de leeftijd neemt echter voor zowel vitale als kwetsbare ouderen de kans toe om afhankelijk te worden van ondersteuning en zorg. Het aantal kwetsbare ouderen stijgt van 700.000 personen tot 1 miljoen in 2030. Van de zelfstandig wonende 75-plussers is ruim een derde kwetsbaar en van de 80-plussers is dit zelfs de helft, een aandeel dat verder zal oplopen.

Ouderen wonen langer en vaker zelfstandig…

Tegenwoordig blijven steeds meer ouderen in Nederland zelfstandig wonen en neemt het percentage 75-plussers dat in een verpleeghuis woont verder af. Van 1995 tot heden daalde dit van 16 procent naar 8 procent, en in de nabije toekomst stabiliseert dit zich tot 5 à 6 procent. Maar liefst 92 procent van de huidige 75-plussers woont dus zelfstandig. Van de 90-plussers woonde in 2015 slechts 32 procent in een instelling, en volgens het CBS zal dit in 2035 tot onder de 20 procent gedaald zijn. Deze cijfers weerspiegelen de ontwikkeling dat ouderen meer en meer de eigen regie over hun leven willen houden.

Deze trend wordt ondersteund doordat het gebruikelijker wordt om woningen aan te passen aan de levensloop (zoals het vervangen van het bad door een kuip of door het installeren van trapliften), door nieuwe en betaalbare technologie (zoals sensoren of domotica) en door meer en beter betaalbare persoonlijke diensten (zoals bezorgen van boodschappen of huishoudelijke diensten). De overheid heeft de trend gestimuleerd en ook mogelijk gemaakt dat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen, onder meer door ervoor te zorgen dat zij in hun eigen buurt terecht kunnen voor hulp.

…en gebruiken meer complexe zorg thuis

Door de extramuralisering maken meer ouderen gebruik van ondersteuning en zorg aan huis. Ouderen hebben te maken met meerdere aandoeningen: 80 procent van de 75-plussers heeft twee of meer chronische ziekten. De levensverwachting van ouderen neemt toe, wat ook een stijging met zich meebrengt in het aantal ouderen met een geriatrische aandoening: vallen, geheugenproblemen en dementie, gezichts- en gehoorstoornissen, beperkingen in het dagelijks functioneren, incontinentie, depressie, eenzaamheid en polyfarmacie (het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd). Dit alles leidt tot een complexere zorgbehoefte. Uit cijfers over het zorggebruik blijkt dan ook dat ongeveer een kwart van de 75-plussers zorg uit meerdere domeinen gebruikt. Vanaf 2012 zien we dat meer ouderen een beroep doen op de wijkverpleging in combinatie met medisch-specialistische en eerstelijnszorg. Deze ouderen met een complexe zorgbehoefte komen ook regelmatig in aanraking met vormen van tijdelijk verblijf, zoals eerstelijnsverblijf, of maken een crisisopname mee. Lees meer in het Programma langer thuis VWS juni 2018

Themarapport dementie en dementiezorg: Meer ondersteuning nodig voor mantelzorger
Begeleiding door een casemanager is van groot belang voor veel mantelzorgers om de zorg thuis vol te houden. De casemanager is een vast aanspreekpunt voor de persoon met dementie en voor de mantelzorgers. Meer over de behoeften aan zorg én het zorgaanbod staat in het rapport “Naar een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg”. Dit rapport geeft een overzicht van bestaande informatie over dementie en dementiezorg.

Uit het rapport blijkt dat er verbeterpunten zijn. Informatie over dementie en dementiezorg is niet altijd vindbaar en het aanbod aan dagopvang sluit niet altijd aan bij behoeften. Ook zijn er in sommige regio’s wachtlijsten voor casemanagement, terwijl veel mantelzorgers aangeven dat ondersteuning door een casemanager van belang is om de zorg thuis te kunnen blijven volhouden.

In Nederland wordt in beleid en praktijk veel geïnvesteerd in goede zorg en ondersteuning bij dementie. Toch zijn er signalen dat de belasting van mantelzorgers de laatste jaren stijgt. Vooral partners van thuiswonende mensen met dementie geven aan dat het onderhouden van sociale contacten of andere vormen van maatschappelijke participatie moeilijk is door de zorg voor hun naaste.
Over behoeften en ervaringen van mantelzorgers is relatief veel bekend. Of mensen met dementie zelf het ook belangrijk vinden om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen als hun problemen verergeren, is echter nog onbekend.

Naar schatting zijn er momenteel in Nederland tussen de 254.000 en 270.000 mensen met dementie. Van hen is vijf tot tien procent jonger dan 65 jaar.

Door de vergrijzing zal het aantal mensen met dementie tussen 2015 en 2040 mogelijk verdubbelen. Het themarapport geeft een overzicht van landelijke gegevens en kennishiaten over dementie en dementiezorg en is geschreven in opdracht van het ministerie van VWS. Het rapport maakt deel uit van de Staat van Volksgezondheid en Zorg; zie ook https://www.staatvenz.nl  ; een samenwerking tussen Nivel, RIVM, Trimbos-instituut, Centraal Bureau voor de Statistiek, het Sociaal en Cultureel Planbureau en andere kennisorganisaties. Lees meer in Een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg NIVEL 2018

Programma Thuis in het Verpleeghuis VWS en Kwaliteitskader verpleeghuizen
Als iemand uiteindelijk is aangewezen op een verpleeghuis, willen mensen ook graag naar een omgeving waar zij zich thuis en veilig voelen.
In het Programma Thuis in het Verpleeghuis VWS-april 2018 wordt met de subtitelwaardigheid en trots het programma verwoord dat voor de toekomst nodig is.
Ouderen blijven steeds langer thuis wonen, in hun eigen omgeving, met hun partner of andere naasten. Als iemand uiteindelijk is aangewezen op een verpleeghuis, komt dat omdat er thuis te weinig grip meer op het leven is, bijvoorbeeld door een combinatie van toenemende medische problemen en het wegvallen van een partner. De verhuizing naar een verpleeghuis is meestal een “ongewenste keuze”. Het moeten achterlaten van de vertrouwde omgeving gaat vaak gepaard met veel verdriet.
In het verpleeghuis komen zorg, wonen, welzijn en behandeling samen. Verpleeghuiszorg kan door die samenhang zekerheid bieden. Ouderen en hun verwanten moeten er dan wel op kunnen vertrouwen dat zij in het verpleeghuis van hun keuze de aandacht en zorg krijgen die zij nodig hebben. Er zijn behoorlijke verschillen zijn tussen zorgorganisaties. Terwijl sommige
persoonsgerichte zorg van hoge kwaliteit leveren, hebben andere moeite om de veiligheid te borgen. Soms zijn er niet genoeg zorgverleners om de zorgtaken goed uit te voeren, om genoeg aandacht voor de bewoner te hebben en daarmee bij te dragen aan een waardige laatste levensfase. Bovendien worden zorgverleners in hun werk soms gehinderd door verouderde werkwijzen, onvoldoende ruimte voor professioneel handelen of te veel administratieve lasten. Er is een omslag nodig zodat de kwaliteit op alle locaties hoog is.

Mede op basis van goede voorbeelden heeft het Zorginstituut in 2017 het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vastgesteld. Dit kwaliteitskader vormt het unieke markeringspunt voor de noodzakelijke omslag. In het kwaliteitskader is aangegeven wat bewoners en hun familie mogen verwachten.

De meerjarige opdracht is om ervoor te zorgen dat er voldoende tijd, aandacht en goede zorg is voor alle bewoners. Lees meer in het Programma Programma Thuis in het Verpleeghuis VWS juni 2018 en het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg Zorginstituut 2017 .

Monitor Zorg voor ouderen 2018
Het aantal ouderen in Nederland neemt steeds meer toe en de gezondheid van ouderen verschilt behoorlijk. Er zijn veel ouderen die tot op hoge leeftijd gezond blijven, maar er zijn ook ouderen die veel zorg en ondersteuning nodig hebben. Maar welk deel van de Nederlandse ouderen is vitaal en welk deel heeft (zware) zorg nodig? Hoe hangen de uitgaven aan zorg samen met het gebruik? Is er al een effect zichtbaar van het beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen?

De Nederlandse Zorgautoriteit heeft een Monitor Zorg voor Ouderen uitgebracht.
Het antwoord op deze vragen geeft handvatten om het beleid en daarmee de zorg te verbeteren. Meer inzicht in het zorggebruik en de zorgkosten van ouderen is daarvoor nodig. In deze monitor staat het zorggebruik van alle ouderen in Nederland zoals de huisartsenzorg, medicijngebruik, ziekenhuiszorg, wijkverpleging, ondersteuning via de gemeente en de langdurige zorg. Om nog beter inzicht te krijgen in het zorggebruik, zijn de ouderen in naar groepen met vergelijkbaar zorggebruik ingedeeld. Hierdoor is bijvoorbeeld het verschil te zien tussen het zorggebruik van ouderen die thuis wonen en ouderen die in een verpleeghuis wonen. Lees meer in de Monitor Zorg voor Ouderen 2018 en over de NZA op https://www.nza.nl/ .

Langer thuis wonen leidt niet altijd tot lagere sterfte en zorgkosten
Veel hervormingen in de ouderenzorg zijn erop gericht om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen in plaats van in een instelling. Het idee hierachter is dat er thuis net zo goed voor ouderen gezorgd kan worden, en zeker een stuk goedkoper. Maar is dat eigenlijk wel zo? Thuiszorg of zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis: voor veel ouderen maakt het nauwelijks uit. Ze leven thuis niet langer en hebben ongeveer even hoge zorgkosten.

Uit een studie van het RIVM, het CPB en de Erasmus Universiteit blijkt dat voor een grote groep ouderen het qua sterfte en zorgkosten nauwelijks uitmaakt of ze een indicatie krijgen voor thuiszorg of intramurale zorg. Dit blijkt uit een analyse van indicaties voor intramurale zorg die tussen 2009 en 2013 zijn gesteld. Voor ongeveer 50 duizend ouderen boven 65 jaar die voor het eerst zo’n indicatie aanvroegen, is gekeken naar sterfte, zorgkosten en ziekenhuisgebruik. De uitkomsten van deze studie zijn gepubliceerd in het tijdschrift Economisch Statistische Berichten. Lees meer op https://www.rivm.nl en in Thuiszorg is niet altijd goedkoper dan verpleeghuiszorg .

Ouderen opeenstapeling van gezondheidsproblemen VTV 2018
Een deel van de ouderen bevindt zich door een opeenstapeling van chronische aandoeningen en andere medische en sociale problemen in een kwetsbare situatie (Bron VTV 2018 Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) geeft inzicht in de belangrijkste toekomstige maatschappelijke opgaven op het gebied van ziekte en gezondheid, gezondheidsdeterminanten, preventie en gezondheidszorg in Nederland).
Deze groep wordt groter in de toekomst. Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben vaker een ongezonde leefstijl. Ook hebben zij vaker te maken met sociale problemen, die stress met zich meebrengen. Negatieve effecten van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als robotisering en digitalisering treffen vooral laagopgeleiden. Dit kan de sociale problemen en stress in deze groep versterken. Vaak moeten eerst deze achterliggende sociale problemen worden opgelost, voordat er ruimte ontstaat om aan een gezonde leefstijl te werken. Lees meer in Ouderen opeenstapeling van gezondheidsproblemen

Zicht op de WMO 2015 Ervaringen van melders – mantelzorgers – gespreksvoerders
Het rapport ‘Zicht op de WMO 2015’ geeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in 2017 een beeld van wat er goed gaat en wat (nog) niet als het gaat om de toegang tot zorg en ondersteuning.

Ook vanuit andere hoeken worden de zogeheten keukentafelgesprekken onder de loep genomen. En niet voor niets, want het is een kritisch onderdeel in de nieuwe zorg- en ondersteuningsstructuur voor inwoners. Wat kunnen professionals in de uitvoering verbeteren en wat kun je als gemeente doen? Lees meer in SCP Zicht op de Wmo 2015 en 8 tips voor betere keukentafelgesprekken .

Cliëntervaringsonderzoek WMO bij de gemeenten in Groningen 2017
Ruim veertigduizend Groningers hebben een ‘maatwerkvoorziening’ op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Inwoners die voor zo’n voorziening in aanmerking willen komen, gaan eerst in gesprek met de gemeente over hun hulpvraag. In het gesprek staat centraal wat zij nodig hebben om zelfstandig te blijven wonen en mee te blijven doen in de samenleving.

Het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek WMO laat zien hoe inwoners dit gesprek en de WMO-ondersteuning ervaren. Daarnaast geeft het gemeenten informatie over hun eigen prestaties. Verreweg de meeste van de ruim veertigduizend Groningers met een WMO-maatwerkvoorziening hebben positieve ervaringen met het contact met de gemeente en met de kwaliteit en effectiviteit van de ontvangen ondersteuning. Er zijn echter ook een paar duizend mensen met zo’n voorziening die minder positief zijn. Daarbij zijn mensen die moeite hebben met de hoogte van de eigen bijdrage en mensen met een overbelaste mantelzorger oververtegenwoordigd. Van de onafhankelijke cliëntondersteuning, die gemeenten gratis beschikbaar stellen, wordt nauwelijks gebruik gemaakt. Lees meer in het SCP Feitenblad-Cliëntervaring-Wmo-2017

SCP Informele hulp- wie doet wat in 2014
In het onderzoek gaat het om de stand van zaken van de informele hulp in Nederland en de bereidheid tot het geven van hulp.

De centrale vragen van dit deelonderzoek waren:
– wat is de aard en omvang van de informele hulp;
– bij welke groepen is de bereidheid om (meer of andere) informele hulp te geven groter dan bij andere groepen;
– met welke kenmerken hangt het (willen en kunnen) geven van hulp samen;
– wat zijn de gevolgen van het geven van informele hulp, bijvoorbeeld in termen van ervaren belasting en kwaliteit?

Lees meer in SCP Informele hulp- wie doet wat in 2014 en de SCP Factsheet SCP Factsheet Informele hulp 2016 .

Vrijwilligerswerk – Activiteiten en duur en motieven – CBS 2018
Bijna de helft van de Nederlanders van 15 jaar en ouder gaf in 2017 aan zich minstens een keer per jaar ingezet te hebben als vrijwilliger.

Drie op de tien zeiden in de vier weken voorafgaand aan het interview nog vrijwilligerswerk te hebben gedaan.
Gemiddeld besteedt een vrijwilliger 4,5 uur per week aan vrijwilligerswerk.

Deze aandelen zijn al sinds 2012 vrij stabiel. Welke bevolkingsgroepen zetten zich vooral in als vrijwilliger? In welke regio’s en steden zijn veel vrijwilligers te vinden? Welke activiteiten verricht men als vrijwilliger? Wat is de voornaamste reden van vrijwilligers om zich kosteloos in te zetten voor een organisatie of vereniging? En hoe tevreden zijn ze met hun vrijwilligerswerk? De antwoorden leest u in Vrijwilligerswerk – Activiteiten en duur en motieven – CBS 2018

Zorgcoöperatie beschouwt demente niet als wilsonbekwaam
Burgerinitiatieven in de ouderenzorg hebben zeker kans van slagen. Dat bewijst een Brabantse zorgcoöperatie. Al laat die ook zien wat knelpunten blijven: de strikte medische oriëntatie in de ouderenzorg en de marktwerking maar ook aandacht voor mensen met dementie om hen een zo prettig mogelijk leven te gunnen.

Het Brabantse Hoogeloon is koploper want daar werd in 2005 om de inwoners zo lang mogelijk in hun eigen dorp te laten wonen, de eerste zorgcoöperatie opgericht. Lees meer in  Zorgcoöperatie beschouwt demente niet als wilsonbekwaam   en op https://www.socialevraagstukken.nl/ en http://zorgcooperatie.nl/ .

Van dorpsbewoners wordt teveel verwacht
Van actieve burgers wordt verwacht dat zij met gezamenlijke inzet en vrijwilligerswerk hun leefomgeving leefbaar houden. Vooral voor dorpen zijn de verwachtingen van de overheid hooggespannen. Maar zijn de dorpelingen daar wel toe bereid? Lees meer in  Van dorpsbewoners wordt teveel verwacht  . en op https://www.socialevraagstukken.nl/  met publicaties  en debatten van  onderzoekers en deskundigen op basis van data en empirie over maatschappelijke kwesties.

De Zorgagenda voor een gezonde samenleving
De RVS ging in gesprek over De Zorgagenda voor een gezonde samenleving.

Ruim 17.000 patiënten, cliënten, mantelzorgers, vrijwilligers, zorg- en hulpverleners, bestuurders en gemeenten deelden hun dagelijkse ervaringen met de RVS. Ze beschreven hun ideeën over wat er goed gaat en wat er nog beter kan in de zorg en hulp in Nederland.

Lees meer in  De Zorgagenda voor een gezonde samenleving  en op https://www.raadrvs.nl

Heft in eigen hand – Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen
Steeds meer mensen verdwalen in de zorg. De organisatie van de zorg is niet ingericht op patiënten en cliënten die meerdere zorg- en ondersteuningsvragen tegelijkertijd hebben. Dat wringt temeer daar deze groep groeit. Patiënten en cliënten moeten zelf het heft in handen kunnen nemen. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) pleit daarom voor een digitaal, wettelijk geborgd persoonlijk zorgleefplan waarmee patiënten en cliënten zelf zicht kunnen houden op hun zorg en ondersteuning en daarop invloed kunnen hebben. Mensen die dit (tijdelijk) niet willen of kunnen, moeten daarbij ondersteund worden door een gevolmachtigde of een regiebehandelaar.

Steeds meer mensen hebben te maken met een combinatie van fysieke, mentale en sociale problemen. Dat geldt voor ouderen, maar bijvoorbeeld ook voor jongeren en jongvolwassenen met schulden en psychische klachten, en voor mensen met één of meer chronische aandoeningen.

In het advies Heft in eigen hand. Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen laat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) zien dat zorg en ondersteuning steeds minder in instellingsverband wordt geleverd; er is steeds meer sprake van zorg en ondersteuning in netwerken. Verschillende zorg- en hulpverleners zijn betrokken, vanuit verschillende domeinen en organisaties en met wisselende frequentie en duur (soms kort, soms lang). Ook mantelzorgers en vrijwilligers hebben hierin een steeds belangrijker aandeel. Mensen die toch al in een kwetsbare positie verkeren dreigen hierdoor grip te verliezen op hun leven en op de zorg en ondersteuning die ze ontvangen. Ze verdwalen in de zorg, of verliezen het overzicht. Passende antwoorden voor mensen met meerdere problemen zijn immers niet gemakkelijk te geven. Ook spelen grenzen en schotten op, zowel op het niveau van de verschillende stelsels, de financiering, informatie-uitwisseling, kwaliteit en toezicht, als op het niveau van de beroepsuitoefening.

De RVS pleit er zijn advies voor om mensen beter in staat stellen het heft in eigen hand te houden over hun zorg en hulp.

De RVS stelt daarom betere wettelijke verankering van een digitaal persoonlijk zorgleefplan voor. Daarmee kunnen patiënten en cliënten zelf zicht houden op hun zorg en ondersteuning, en daar invloed op hebben. Mensen die dit (tijdelijk) niet willen of kunnen, moeten daarbij ondersteund worden door een gevolmachtigde of een regiebehandelaar. Zo krijgt de ondersteuning vorm op een manier die past bij wat mensen willen en kunnen. Iedereen is immers verschillend en iemands situatie kan plotseling veranderen.

Ook zijn er randvoorwaarden nodig om mensen beter het heft in eigen hand te geven. Het gaat dan onder andere om een adequate informatie- en communicatiestructuur, de mogelijkheid tot het bundelen van budgetten en de noodzaak van ‘grenzenwerk’ door betrokkenen om tot een gezamenlijke, passende aanpak te komen en voorbij de grenzen van de eigen discipline en organisatie te kijken. Dit aspect van het werk vraagt meer aandacht in opleidingen en in de praktijk. Lees meer in  Heft in eigen hand – Zorg en ondersteuning voor mensen met meervoudige problemen  en op https://www.raadrvs.nl

Toenemende tevredenheid in 2017 over WMO in Groninger gemeenten
De waardering van cliënten die gebruik maken van de dienstverlening van Groningse gemeenten op het gebied van WMO neemt toe.
Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal Planbureau onder dertien Groningse gemeenten. Ruim 9000 cliënten die gebruik maken van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) werden benaderd. In totaal vulden 4088 van hen het vragenformulier in.

Vier op de vijf cliënten lieten weten dat de ervaringen met de ambtenaren die de regeling uitvoeren positief zijn.

In het onderzoek over 2017 voelde 87 procent van de WMO-cliënten zich serieus genomen door de medewerker die het (toegangs-)gesprek voerde. In 2015 was dat nog 81 procent.

De onderzoekers informeerden naar de hulpvragen waarmee de cliënten op de gemeente afstapten. Meer dan 80 procent daarvan had betrekking op hulp in de huishouding. Andere vragen gingen over collectief vervoer (65 procent), gebruik van scootmobiel of rolstoel, of aangepaste voorzieningen in huis.
Meer dan 80 procent van de deelnemers aan het onderzoek toont zich tevreden met de oplossing die na de gesprekken uiteindelijk uit de bus rolde.
De kwaliteit van de ondersteuning wordt door de cliënten gewaardeerd, zo blijkt. Dat geldt ook voor de ondersteuning die de gemeente hierbij biedt. Gemeenten werken met onafhankelijke cliëntondersteuners.

Nog niet voldoende op de hoogte van cliënt ondersteuning

Het onderzoek toont aan dat 70 procent van de cliënten van de extra service die voorhanden is, niet op de hoogte is. Om voor hulp in aanmerking te komen, moet soms een eigen bijdrage worden betaald. Bij bijna driekwart van de cliënten stuit deze eigen bijdrage niet op problemen.
De gemeente Zuidhorn behaalde de hoogste tevredenheidsscore. ,,De gemiddelde tevredenheid is hier zelfs tegen de 90 procent. Zuidhorn zit hiermee al jaren aan de top” , volgens mevrouw Feitsma. Bron en informatie (juli 2018) SCP Groningen https://sociaalplanbureaugroningen.nl

Handreiking kwetsbare ouderen in de eerste lijn
Al in 2014 was de ouderenzorg is volop in beweging (Bron Vilans). Op veel plaatsen in Nederland proberen mensen deze zorg beter te organiseren. Er zijn veel lokale initiatieven, maar ook grootschalige projecten, zoals het Nationaal Programma Ouderenzorg. Veel is nog in ontwikkeling. Voor mensen uit de praktijk die willen starten met het verbeteren van de ouderenzorg is veel en divers materiaal voorhanden.

De handreiking van Vilans is voor hen bedoeld; als handzaam startdocument.
Net zoals de ontwikkelingen in de ouderenzorg niet klaar zijn, is deze handreiking niet af. Er zullen altijd nieuwe ontwikkelingen zijn die relevant zijn om in een volgende versie op te nemen. En komen er de komende jaren steeds meer wetenschappelijke resultaten uit het NPO beschikbaar. Vilans verwacht in de toekomst ook meer te kunnen zeggen over de rol van welzijn en de samenwerking met gemeenten.
Deze handreiking is tot stand gekomen op initiatief van verschillende personen en partijen uit de extramurale ouderenzorg. En wordt van harte aanbevolen door een aantal experts
Lees meer in de  Handreiking kwetsbare ouderen in de eerste lijn Vilans 2014

Planbureau: overheid overschat oudere in hun financiële speelruimte
Het kabinet gaat er te gemakkelijk van uit dat ouderen, nu het de bedoeling is dat ze langer thuis blijven wonen, ook financieel in staat zijn om hun huis aan de oude dag aan te passen. Dat schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving, een van de belangrijkste adviseurs van het kabinet, in een rapport.
Wat de regeringsadviseurs betreft moet de overheid meer oog hebben voor de financiële speelruimte van ouderen.
Het planbureau heeft uitgerekend dat driekwart van alle ouderen iets in het huis moet aanpassen – bijvoorbeeld een traplift installeren – om er tot op hoge leeftijd te kunnen wonen. Een derde tot de helft van alle ouderen heeft maar beperkte middelen, tot €10.000, om zulke aanpassingen door te voeren. „Dat betekent dat een groot deel van de ouderen zijn hele vermogen moet inzetten om de woning geschikt te maken”, concluderen de rekenmeesters. Die noemen dat „financieel niet heel erg verantwoord”.
Ouderen die hun geld kwijt zijn aan het aanpassen van hun woning, hebben daarna geen geld meer voor regulier onderhoud, of voor het straks verplichte duurzamer maken van hun huis. Bovendien hebben de senioren dan ook geen geld meer achter de hand voor een appeltje voor de dorst, een erfenis voor hun kinderen of urgentere problemen. Lees meer in het artikel van Frans Schilder, Femke Daalhuizen en Carola de Groot (22 augustus 2018)  Krasse knarren kunnen kraken

Veel meer burgers aan de slag met zorgtaken is politiek wensdenken
Martin van Rijn, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kabinet-Rutte 2, kreeg een paar jaar terug veel kritiek bij de hervorming van de langdurige zorg. De kwaliteit van de verpleeghuiszorg liet te wensen over, gemeenten waren nog niet klaar voor de vele taken die ze erbij kregen en er werd gevreesd voor verdere verschraling van de zorg. Bovendien is niet voor iedereen langer thuiswonen het beste alternatief. De landelijke evaluatie van deze hervormingen passeerde vlak voor de zomer betrekkelijk geruisloos. Maar staan we er wel zo goed voor? Lees meer in het opiniërend artikel  Veel meer burgers aan de slag met zorgtaken is politiek wensdenken

Adviesorganen: Kabinet heeft geen oog voor kwetsbaarste mensen – oktober 2018
De Nationale Ombudsman, de Algemene Rekenkamer en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vinden dat het kabinet-Rutte te weinig oog heeft voor duizenden kwetsbare Nederlanders die niet de zorg krijgen die zij nodig hebben.
Het gaat vooral om mensen die langdurige zorg nodig hebben, zoals psychiatrisch patiënten, demente ouderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking. Deze mensen weten volgens de drie instanties vaak de juiste weg naar zorg niet te vinden.
Dit komt enerzijds doordat de overheid hier te weinig informatie over verstrekt en anderzijds doordat het voor burgers vaak heel lastig is de juiste route te vinden in het lastig te doorgronden zorgstelsel.
Groep kwetsbaren wordt groter door de vergrijzing
Zij hebben onderzoek naar het onderwerp gedaan nadat zij, onafhankelijk van elkaar, diverse signalen uit de samenleving hadden ontvangen dat het relatief vaak fout gaat met de zorg van deze kwetsbare groepen. Het baart het drietal ook zorgen dat deze groep de komende jaren door de vergrijzing alleen maar groter zal worden.

Het drietal doet een aantal aanbevelingen om de problemen met deze specifieke groepen op te lossen.
‘Help eerst, maak daarna pas ruzie over rekening’
Zo adviseren zij dat mensen die tot deze groepen behoren en acuut zorg nodig hebben eerst worden geholpen en dat de betrokken partijen zich daarna pas gaan buigen over de rekening.
Nu komt het te vaak voor dat kwetsbare patiënten lang op zorg moeten wachten omdat er geruzied wordt over wie de kosten van die zorg moet dragen. Het instellen van een zogenoemd ‘overbruggingsbudget’ waar deze groep aanspraak op kan maken, zou dit kunnen verhelpen.
Daarnaast zou de overheid moeten proberen het doolhof waar veel patiënten in belanden als zij om zorg vragen te versimpelen, constateren de Ombudsman, de Rekenkamer en het SCP.

Lees meer in Zorgen voor burgers Nationale Ombudsman 14 mei 2018